Uitspraak
Gerechtshof Den Haag
Arrest
[verdachte],
De vervolgingsuitsluitingsgrond beschermt de internet service provider tegen vervolging wegens medeplichtigheid aan de doorgifte of opslag van
Gerechtshof Den Haag
In deze strafzaak stond de ontvankelijkheid van de officier van justitie centraal bij de vervolging van een verdachte die als telecommunicatiedienstverlener servers en IP-adressen ter beschikking stelde aan derden die strafbare feiten pleegden. De rechtbank had de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard, waarop hoger beroep werd ingesteld.
Het hof oordeelde dat de wetswijziging van art. 54a Sr naar art. 125p Sv geen materiële verandering in de vervolgingsuitsluitingsgrond bracht. Uit de parlementaire geschiedenis blijkt dat een telecommunicatiedienstverlener beschermd wordt tegen vervolging indien hij zich beperkt tot een intermediaire rol, maar dat bij nauwe betrokkenheid bij strafbare feiten vervolging mogelijk is.
Het hof stelde dat de officier van justitie niet altijd een voorafgaand bevel hoeft te geven om tot vervolging over te gaan, met name niet in gevallen waarin een telecommunicatiedienstverlener bewust crimineel gedrag faciliteert. In deze zaak was er voldoende bewijs dat de verdachte kennis had van strafbaar handelen en dit toestond en zelfs adviseerde.
Daarom verklaarde het hof de officier van justitie ontvankelijk en vernietigde het het vonnis van de rechtbank. De zaak werd terugverwezen voor inhoudelijke behandeling met inachtneming van dit arrest.
Uitkomst: De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van de verdachte zonder voorafgaand bevel; de zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank.