Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHDHA:2022:1836

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
22 september 2022
Publicatiedatum
22 september 2022
Zaaknummer
2200266017
Instantie
Gerechtshof Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 47 SrArt. 57 SrArt. 63 SrArt. 311 SrArt. 1a Wet op de economische delicten
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen veroordelingen diefstal en heling beschermde vogels

In deze strafzaak stond de verdachte terecht voor diefstal en heling van beschermde uitheemse vogelsoorten in de periode van september tot november 2014. De tenlastelegging omvatte het verwerven, vervoeren en onder zich hebben van beschermde vogels, alsmede het wederrechtelijk toe-eigenen van vogels uit een schuur en een dierentuin, waarbij braak en verbreking werden gebruikt.

De rechtbank veroordeelde de verdachte in eerste aanleg tot een gevangenisstraf van vijf maanden, waarvan één maand voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Tegen dit vonnis stelde de verdachte hoger beroep in. Het hof heeft het vonnis van de rechtbank grotendeels bevestigd, maar constateerde een overschrijding van de redelijke termijn van circa drie jaar en drie maanden tussen het instellen van het hoger beroep en het wijzen van het arrest.

Daarom matigde het hof de gevangenisstraf tot 87 dagen onvoorwaardelijk, met aftrek van voorarrest. De overige onderdelen van het vonnis, waaronder de straf voor de diefstal en heling, werden bevestigd. Het arrest werd gewezen door mr. C.G.M. van Rijnberk, mr. L.J.M. Janssen en mr. F. de Jong, waarbij laatstgenoemde niet kon ondertekenen.

Uitkomst: Gevangenisstraf van 87 dagen onvoorwaardelijk met aftrek van voorarrest opgelegd wegens diefstal en heling van beschermde vogels.

Uitspraak

Rolnummer: 22-002660-17
Parketnummer: 09-997573-14
Datum uitspraak: 22 september 2022
TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Den Haag van 6 juni 2017 in de strafzaak tegen de verdachte:

[naam],

geboren te [geboorteplaats] (Saoedi-Arabië) op [geboortedag] 1994,
[adres].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.
Procesgang
In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 1 maand voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. Hierbij is het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven.
Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg - tenlastegelegd dat:
1.
hij in of omstreeks de periode van 10 september 2014 tot en met 11 november 2014 te Veldhoven en/of
’s-Hertogenbosch, in elk geval in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen, al dan niet opzettelijk,
één of meer dieren, behorende tot een beschermde uitheemse diersoort, aangewezen krachtens artikel 5 van Pro de Flora- en faunawet bij de Regeling aanwijzing dier- en plantensoorten van de Flora- en faunawet in artikel 4 en Pro genoemd in Bijlage B bij de basisverordening: Verordening (EG) nr. 338/97 van de Raad van de Europese Unie, zoals die gold in de periode van 10 september 2014 tot en met 11 november 2014,
te weten
(Bijlage B)
- 2, in elk geval een of meer Grijze Roodstaartpapegaai(en) (Psittacus erithacus),
heeft verworven en/of heeft vervoerd en/of onder zich heeft gehad;
2.
hij in of omstreeks de periode van 9 september 2014 tot en met 10 september 2014 te Udenhout, gemeente Tilburg,
gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een schuur/(vogel)verblijf(ven)/volière(s), gelegen op een besloten erf waarop een woning staat, (gelegen aan de Kreitmolenstraat 206) heeft weggenomen,
40, in elk geval een of meer vogel(s), (onder andere parkiet(en),
in elk geval enig goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door
- de (toegangs)deur (naar de schuur) open te breken/te forceren en/of
- het gaas (van (een) verblij(f)(ven)/volière(s)) en/of prikkeldraad (aan de achterzijde van de achtertuin) door/weg te knippen,
in elk geval door middel van braak en/of verbreking;
3.
hij in of omstreeks de periode van 10 september 2014 tot en met 11 september 2014 te Veldhoven,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit de ZOO Veldhoven (gelegen aan de Wintelresedijk 51) heeft weggenomen
27, in elk geval een of meer vogel(s) (onder andere Grijze Roodstaartpapegaai(en)),
in elk geval enig goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan de ZOO Veldhoven, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door
het hekwerk (van het park en/of het (vogel)verblijf) door/weg/in te knippen,
in elk geval door middel van braak en/of verbreking.
Vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 87 dagen, met aftrek van voorarrest, en tot een taakstraf van 40 uren, subsidiair 20 dagen hechtenis.
Het vonnis waarvan beroep
De behandeling van de zaak in hoger beroep – waaronder in het bijzonder begrepen hetgeen is aangevoerd door de raadsman - heeft het hof niet gebracht tot andere beschouwingen en beslissingen dan die van de eerste rechter. Het hof is van oordeel dat de eerste rechter op juiste gronden heeft geoordeeld en op juiste wijze heeft beslist, zodat het vonnis, waarvan beroep, met overneming van gronden behoort te worden bevestigd, behalve voor wat betreft de opgelegde gevangenisstraf en de motivering daarvan, maar uitsluitend daar waar het betreft de motivering ten aanzien van de ontstane overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van Pro het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (EVRM).
Het vonnis moet op die onderdelen worden vernietigd en in zoverre moet opnieuw worden rechtgedaan. Voor het overige verenigt het hof zich met de gronden en beslissingen in het vonnis, met dien verstande dat het hof daarin de hierna te melden aanvullingen en verbeteringen aanbrengt.
Verbetering voetnoot
Op pagina 5 van het vonnis wordt in voetnoot 2 verwezen naar de verklaring van de medeverdachte [medeverdachte] ter terechtzitting in eerste aanleg van 15 mei 2017. Het hof verbetert deze verwijzing, in die zin dat wordt verwezen naar het proces-verbaal van verhoor verdachte van de Politie Hollands Midden d.d. 12 november 2014 met proces-verbaalnummer 2014-222237 (pagina 58 van het procesdossier), inhoudende de op 12 november 2014 door [medeverdachte] afgelegde verklaring.
Overschrijding redelijke termijn
Het hof is - alles afwegende en met overneming van de strafmotivering van de rechtbank - van oordeel dat in beginsel een gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden, waarvan 1 maand voorwaardelijk met een proeftijd van
2 jaren, een passende en geboden reactie vormt.
Het hof heeft evenwel in aanvulling hierop geconstateerd dat de redelijke termijn, als bedoeld in artikel 6 EVRM Pro, met circa 3 jaren en 3 maanden is overschreden in de procesfase die is gelegen tussen het instellen van het hoger beroep op 15 juni 2017 en het wijzen van het onderhavige arrest op 22 september 2022.
Daarom zal het hof de hiervoor overwogen straf matigen tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 87 dagen, met aftrek van voorarrest.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
Het hof heeft gelet op de artikelen 47, 57, 63 en 311 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 1a, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten en artikel 13 van Pro de Flora- en faunawet, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de opgelegde gevangenisstraf en doet in zoverre opnieuw recht.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
87 (zevenentachtig) dagen.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door mr. C.G.M. van Rijnberk,
mr. L.J.M. Janssen en mr. F. de Jong, in bijzijn van de griffier mr. J.C.A. Verhoef.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 22 september 2022.
Mr. F. de Jong is buiten staat dit arrest te ondertekenen.