Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHDHA:2022:1911

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
8 februari 2022
Publicatiedatum
29 september 2022
Zaaknummer
200.281.200/02
Instantie
Gerechtshof Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek wegens ontbreken advocaatondertekening in civiele procedure

In deze zaak diende verzoeker een wrakingsverzoek in tegen de behandelende rechters in de hoofdzaak tussen verzoeker en de Staat der Nederlanden. Het verzoek werd ingediend via e-mail door een gemachtigde zonder advocaatstitel, terwijl in de hoofdzaak verplichte procesvertegenwoordiging geldt.

De wrakingskamer stelde vast dat het verzoek niet door een advocaat was ondertekend en gaf verzoeker de mogelijkheid om dit te herstellen binnen een gestelde termijn. Verzoeker maakte geen gebruik van deze gelegenheid en ook de advocaat van verzoeker reageerde niet.

Op grond hiervan verklaarde de wrakingskamer het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk. Er vond geen mondelinge behandeling plaats. De beslissing werd uitgesproken door de wrakingskamer bestaande uit drie rechters en is schriftelijk aan alle betrokken partijen toegezonden.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een advocaatondertekening.

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Zaaknummer : 200.281.200/02
Zaaknummer hoofdzaak : 200.281.200/01
Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakings- en verschoningsverzoeken d.d. 8 februari 2022
op het verzoek tot wraking als bedoeld in artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), in de hoofdzaak met het hiervoor genoemde zaaknummer van:

[verzoeker],

thans verblijvende in [verblijfplaats],
hierna te noemen: [verzoeker].

Het verloop van de procedure

1. Bij het hof is onder zaaknummer 200.281.200/01 een procedure aanhangig tussen [verzoeker] als appellant en De Staat der Nederlanden als geïntimeerde (hierna: de hoofdzaak).
2. Op 14 januari 2022 heeft de griffie handel van het hof een e-mailbericht ontvangen waarin [indiener] (hierna: de indiener) namens [verzoeker] verzoekt om wraking van de behandelende rechters in de hoofdzaak.
3. De wrakingskamer heeft voornoemd e-mailbericht opgevat als verzoek tot wraking van mrs. Boele, Dulek-Schermers en Dupain in de hoofdzaak (hierna ook: het wrakingsverzoek).

De beoordeling van de ontvankelijkheid

4. Bij de beoordeling van de ontvankelijk van het wrakingsverzoek stelt de wrakingskamer voorop dat in de hoofdzaak de eis van verplichte procesvertegenwoordiging geldt. In zaken waarin een partij zich verplicht moet laten vertegenwoordigen, moet een schriftelijk verzoek tot wraking op straffe van niet-ontvankelijkheid worden ingediend door een advocaat (zie HR 18 december 1998, NJ 1999, 271).
5. Bij per e-mail verstuurde brief van 19 januari 2022 is de indiener medegedeeld dat de wrakingskamer heeft geconstateerd dat het wrakingsverzoek niet door een advocaat is ondertekend en ingediend. De wrakingskamer heeft de indiener in de gelegenheid gesteld dit verzuim uiterlijk 27 januari 2022 te (doen) herstellen. Tevens is een afschrift van die brief per e-mail gestuurd aan de in de hoofdzaak bekende advocaat van [verzoeker], mr. P. Salim te Amsterdam.
6. De indiener heeft van de hem geboden gelegenheid tot herstel van het verzuim geen gebruik gemaakt. Het Hof heeft evenmin van de advocaat van [verzoeker] een reactie ontvangen.
7. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat [verzoeker] niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het wrakingsverzoek. Het hof heeft afgezien van een mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek ter zitting met toepassing van het bepaalde in artikel 4, lid 2, aanhef en onder c, Wrakingsprotocol gerechtshof Den Haag.

Beslissing

De wrakingskamer:
  • verklaart [verzoeker] niet-ontvankelijk in het wrakingsverzoek;
  • bepaalt dat een afschrift van deze beslissing wordt toegezonden aan [verzoeker], zijn advocaat mr. P. Salim te Amsterdam, de indiener [indiener], de gewraakte raadsheren en de Staat.
Deze beslissing is gegeven door mrs. R.M. Bouritius, I. Reijngoud en J.I. de Vreese-Rood en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 februari 2022, in aanwezigheid van de griffier.
De griffier is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.