ECLI:NL:GHDHA:2022:1968
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs rijverbod overtreding
In hoger beroep is het vonnis van de politierechter betreffende een overtreding van een rijverbod herzien. De verdachte werd ervan beschuldigd op 9 juni 2020 een voertuig te hebben bestuurd terwijl een rijverbod van 24 uur van kracht was. De politierechter sprak verdachte vrij omdat niet kon worden vastgesteld dat het rijverbod rechtmatig was opgelegd, mede vanwege de vluchtige aard van de invloed van lachgas.
Het hof stelde vast dat uit het proces-verbaal niet bleek dat verdachte daadwerkelijk bestuurder was of aanstalten maakte een voertuig te besturen ten tijde van het opleggen van het rijverbod. Verdachte was slechts een aanwezige persoon tijdens een controle. Hierdoor ontbrak de noodzakelijke hoedanigheid voor het rijverbod volgens artikel 162 WVW Pro.
De advocaat-generaal had een geldboete of hechtenis gevorderd, maar het hof vernietigde het vonnis en sprak verdachte vrij wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs. Tevens wees het hof de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf af, nu verdachte werd vrijgesproken van het tenlastegelegde.
Het arrest werd gewezen door mr. R.M. Bouritius, mr. H.C. Plugge en mr. M. van der Horst op 7 oktober 2022.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs en onrechtmatigheid van het rijverbod.