Op 21 januari 2022 ontstond in de woning van verdachte onenigheid met haar toen 13-jarige dochter, die gedragsproblemen had en een traject volgde bij Julius. De dochter viel de verdachte aan met pogingen tot slaan en schoppen. De verdachte greep in door haar dochter bij de armen en polsen vast te pakken en op de grond te leggen om verdere agressie te voorkomen.
De rechtbank veroordeelde verdachte voor het vastpakken bij de pols, maar het hof oordeelt dat dit handelen niet wederrechtelijk was, omdat het gericht was op het bedaren van het kind en het voorkomen van letsel. De andere ten laste gelegde handelingen, zoals slaan met een stang en vastpakken bij de haren, zijn niet bewezen verklaard.
Het hof verklaart verdachte niet-ontvankelijk voor het hoger beroep tegen de vrijspraak voor de andere tenlastelegging. Het vonnis wordt vernietigd voor zover het betrekking heeft op het vastpakken bij de pols en verdachte wordt ook daarvan vrijgesproken. Het handelen van verdachte wordt gezien als gerechtvaardigd ouderlijk gezag en niet als mishandeling.