ECLI:NL:GHDHA:2022:2067
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- T.J. Sleeswijk Visser
- J.A. van Dorp
- R. van der Hoeven
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid OM wegens ontbinding vennootschap zonder voortzettingsbeding
In deze strafzaak stond de vennootschap onder firma (V.O.F.) centraal die door het overlijden van een vennoot van rechtswege is ontbonden. Het vof-contract bevatte geen voortzettingsbeding, waardoor de vennootschap juridisch ophield te bestaan per datum overlijden. De erfgenaam van de overleden vennoot heeft vervolgens alle activiteiten, baten en lasten van de vennootschap overgenomen met zijn eenmanszaak.
De erfgenaam wordt zelf als natuurlijk persoon vervolgd voor de feiten die ook aan de V.O.F. ten laste zijn gelegd. Het hof oordeelt dat in deze situatie geen redelijk strafvorderlijk belang meer bestaat om de vennootschap als rechtspersoon te vervolgen. Daarom verklaart het hof het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging van de vennootschap.
Het arrest vernietigt het eerdere vonnis van de rechtbank Rotterdam en doet opnieuw recht door de niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie uit te spreken. Dit arrest is uitgesproken op 13 oktober 2022 door het Gerechtshof Den Haag.
Uitkomst: Het Openbaar Ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging van de vennootschap wegens ontbinding zonder voortzettingsbeding.