Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHDHA:2022:2189

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
25 oktober 2022
Publicatiedatum
3 november 2022
Zaaknummer
200.315.654/01
Instantie
Gerechtshof Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bekrachtiging faillissementsvonnis Zorgzaam Nederland B.V. ondanks betwisting vorderingsrecht en betalingsonmacht

Zorgzaam Nederland B.V. is door de rechtbank Rotterdam failliet verklaard, waarna zij in hoger beroep ging tegen dit vonnis. Zorgzaam betwistte het vorderingsrecht van de wederpartij, stellende dat de voormalige eenmanszaak de schuldenaar zou zijn en dat de werkzaamheden niet waren verricht. Ook werd wanprestatie aangevoerd en de betalingsonmacht betwist.

Tijdens de behandeling heeft het hof overwogen dat Zorgzaam op 15 juni 2018 is opgericht met als doel de inbreng van de eenmanszaak, welke op 28 maart 2019 heeft plaatsgevonden. De contracten na deze datum zijn derhalve met Zorgzaam gesloten. De opdracht aan de wederpartij dateert van 27 mei 2021, wat bevestigt dat de overeenkomst met Zorgzaam is aangegaan. Tevens is gebleken dat ten minste één factuur is betaald vanuit de bankrekening van Zorgzaam en dat de werkzaamheden betrekking hadden op advisering van Zorgzaam.

De stelling van wanprestatie door de wederpartij is onvoldoende onderbouwd en het betoog over haar rol in een conflict met de Rabobank wordt door het hof niet gevolgd. Uit het curatorverslag blijkt dat Zorgzaam preferente en concurrente schulden heeft waarvoor verificatie is ingediend. De beweringen van Zorgzaam over regelingen met schuldeisers en het betrekken van schulden van de eenmanszaak zijn niet aannemelijk gemaakt.

Het hof concludeert dat summierlijk is gebleken van het vorderingsrecht van de wederpartij en dat Zorgzaam zich in een toestand van betalingsonmacht bevindt. Het faillissementsvonnis van de rechtbank wordt dan ook bekrachtigd.

Uitkomst: Het hof bekrachtigt het faillissementsvonnis en bevestigt het vorderingsrecht van de wederpartij.

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Afdeling Civiel recht
Zaaknummer : 200.315.654/01
Rekestnummer rechtbank : C/10/22/182 F

arrest van 25 oktober 2022

inzake

Zorgzaam Nederland B.V.,

gevestigd te Vlaardingen,
appellante,
hierna te noemen: Zorgzaam,
advocaat: mr. L.E.M. Elbertse te Vlaardingen,
tegen

[bestuurder Raven] Advies B.V.,

gevestigd te Hoogeveen,
geïntimeerde,
hierna te noemen: [bestuurder Raven],
advocaat: mr. J.M. Pol te Assen.

Het geding

Bij vonnis van de rechtbank Rotterdam van 30 augustus 2022 is Zorgzaam in staat van faillissement verklaard, met benoeming van mr. B.A. Cnossen tot rechter commissaris en met aanstelling van mr. R.R.M. van den Heuvel, advocaat te Rotterdam, als curator. Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie van het hof op 7 september 2022, is Zorgzaam van voornoemd vonnis in hoger beroep gekomen en heeft zij het hof verzocht dat vonnis te vernietigen. Op 6 oktober 2022 heeft [bestuurder Raven] een verweerschrift ter griffie van het hof ingediend. Bij brief van 9 september 2022 heeft Zorgzaam nog stukken overgelegd. De curator heeft bij brief van 13 oktober 2022 schriftelijk verslag uitgebracht aan het hof.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 18 oktober 2022. Verschenen zijn:
[bestuurder Zorgzaam] (bestuurder Zorgzaam, hierna: [bestuurder Zorgzaam]), bijgestaan door mr. Elbertse, namens Zorgzaam, de curator voornoemd, en - per beeldbelverbinding - [bestuurder Raven] (bestuurder [bestuurder Raven], hierna: [bestuurder Raven]), bijgestaan door mr. Pol.

Beoordeling van het hoger beroep

1. In het bestreden vonnis heeft de rechtbank overwogen dat summierlijk is gebleken van het vorderingsrecht van [bestuurder Raven] en van het bestaan van feiten en omstandigheden welke aantonen dat Zorgzaam in de toestand verkeert dat zij heeft opgehouden te betalen.
2. De grieven van Zorgzaam kunnen als volgt kort worden samengevat.
Zorgzaam betwist het vorderingsrecht van [bestuurder Raven]. Volgens Zorgzaam is niet zij, maar de voormalige eenmanszaak van [bestuurder Zorgzaam] - Zorgzaam Nederland (hierna: de eenmanszaak) - de schuldenaar van [bestuurder Raven]. De gefactureerde werkzaamheden zijn niet verricht. Daarnaast heeft [bestuurder Raven] wanprestatie gepleegd door haar werkzaamheden niet deugdelijk te verrichten. Verder wordt door Zorgzaam betwist dat zij verkeert in de toestand van te hebben opgehouden te betalen, waarbij ook de verschuldigdheid van de steunvorderingen wordt bestreden.
3. Ter zitting van het hof hebben partijen en de curator hun standpunten toegelicht.
4. Op basis van de aan het hof overgelegde stukken en het verhandelde ter zitting overweegt het hof als volgt.
5. Het hof is van oordeel dat ook in hoger beroep summierlijk is gebleken van het vorderingsrecht van [bestuurder Raven]. Zorgzaam is op 15 juni 2018 opgericht met als doel het inbrengen van de eenmanszaak. Dit laatste heeft plaatsgevonden door middel van een notariële akte van 28 maart 2019. In deze akte staat vermeld dat de inbreng alle activa van de eenmanszaak en de tussen de eenmanszaak en derden bestaande duurovereenkomsten omvat. Uit het Handelsregister volgt dat de eenmanszaak per 14 mei 2019 is uitgeschreven. Het moet er dus voor gehouden worden dat de contracten die zijn gesloten na 28 maart 2019, dan wel 14 mei 2019, zijn gesloten met Zorgzaam. Uit de akte van inbreng blijkt bovendien de wens van [bestuurder Zorgzaam] dat de eenmanszaak zou worden gedreven vanuit Zorgzaam. Niet aannemelijk is gemaakt dat de eenmanszaak nadien nog als onderneming heeft gefunctioneerd. Dat [bestuurder Zorgzaam] als privépersoon haar belastingaangifte nog doet op naam van de eenmanszaak maakt dat niet anders, omdat dat enkele feit alleen niet als ondernemingsactiviteit kan gelden. Nu de opdracht aan [bestuurder Raven] tot het verrichtten van werkzaamheden is verstrekt op 27 mei 2021 is voldoende aannemelijk dat [bestuurder Raven] een overeenkomst is aangegaan met Zorgzaam en niet met de eenmanszaak. Verder is uit de aan het hof overgelegde stukken gebleken dat in ieder geval één factuur van [bestuurder Raven] is voldaan vanaf de bankrekening van Zorgzaam en zien de gefactureerde werkzaamheden van [bestuurder Raven] op advisering van Zorgzaam. De stelling van Zorgzaam dat [bestuurder Raven] wanprestatie zou hebben gepleegd waardoor Zorgzaam niet zou zijn gehouden tot het betalen van de facturen, is door Zorgzaam onvoldoende onderbouwd. Het betoog van Zorgzaam over de rol en activiteiten van [bestuurder Raven] bij een conflict met de Rabobank is niet te volgen.
Verder is summierlijk gebleken van feiten en omstandigheden die meebrengen dat Zorgzaam verkeert in een toestand van te hebben opgehouden te betalen. Uit het verslag van de curator is gebleken dat er voor een bedrag van € 312.517,- aan preferente en voor een bedrag van
€ 122.257,20 aan concurrente schulden ter verificatie bij hem zijn ingediend. Zorgzaam heeft weliswaar gesteld dat zij met de meeste van haar schuldeisers regelingen heeft getroffen en dat een aantal van de bij de curator ingediende schulden zien op de eenmanszaak, maar ook deze stellingen heeft Zorgzaam onvoldoende onderbouwd en deze zijn dan ook niet aannemelijk geworden. Zorgzaam heeft er ook op gewezen dat de preferente schulden voornamelijk ambtshalve belastingaanslagen zijn en dat zij alsnog aangifte heeft gedaan, maar de curator heeft ter zitting naar voren gebracht dat als alle ambtshalve aanslagen tot nihil zouden worden teruggebracht en nog steeds ongeveer € 80.000,-- aan preferente schulden overblijft.
6. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat het bestreden vonnis zal worden bekrachtigd.

Beslissing

Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 30 augustus 2022.
Dit arrest is gewezen door mrs. R.S. van Coevorden, M.C.M. van Dijk en R.M. Hermans en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 oktober 2022 in aanwezigheid van de griffier.
Bij afwezigheid van de voorzitter,
getekend door de oudste raadsheer.