ECLI:NL:GHDHA:2022:2189
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging faillissementsvonnis Zorgzaam Nederland B.V. ondanks betwisting vorderingsrecht en betalingsonmacht
Zorgzaam Nederland B.V. is door de rechtbank Rotterdam failliet verklaard, waarna zij in hoger beroep ging tegen dit vonnis. Zorgzaam betwistte het vorderingsrecht van de wederpartij, stellende dat de voormalige eenmanszaak de schuldenaar zou zijn en dat de werkzaamheden niet waren verricht. Ook werd wanprestatie aangevoerd en de betalingsonmacht betwist.
Tijdens de behandeling heeft het hof overwogen dat Zorgzaam op 15 juni 2018 is opgericht met als doel de inbreng van de eenmanszaak, welke op 28 maart 2019 heeft plaatsgevonden. De contracten na deze datum zijn derhalve met Zorgzaam gesloten. De opdracht aan de wederpartij dateert van 27 mei 2021, wat bevestigt dat de overeenkomst met Zorgzaam is aangegaan. Tevens is gebleken dat ten minste één factuur is betaald vanuit de bankrekening van Zorgzaam en dat de werkzaamheden betrekking hadden op advisering van Zorgzaam.
De stelling van wanprestatie door de wederpartij is onvoldoende onderbouwd en het betoog over haar rol in een conflict met de Rabobank wordt door het hof niet gevolgd. Uit het curatorverslag blijkt dat Zorgzaam preferente en concurrente schulden heeft waarvoor verificatie is ingediend. De beweringen van Zorgzaam over regelingen met schuldeisers en het betrekken van schulden van de eenmanszaak zijn niet aannemelijk gemaakt.
Het hof concludeert dat summierlijk is gebleken van het vorderingsrecht van de wederpartij en dat Zorgzaam zich in een toestand van betalingsonmacht bevindt. Het faillissementsvonnis van de rechtbank wordt dan ook bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het faillissementsvonnis en bevestigt het vorderingsrecht van de wederpartij.