ECLI:NL:GHDHA:2022:2280
Gerechtshof Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging vervangende toestemming erkenning en afwijzing gezamenlijk gezag en omgang
De zaak betreft een geschil over de erkenning, het gezag en de omgang met twee minderjarige kinderen. De moeder verzoekt vernietiging van de erkenning door een derde partij, zodat deze juridisch vader blijft, en subsidiar de afwijzing van de vervangende toestemming voor erkenning door de man, die vermoedelijk de biologische vader is. De man verzoekt mede te worden belast met het gezag en een zorg- en omgangsregeling.
De kinderen zijn onder toezicht gesteld tot april 2023, maar de moeder en kinderen zijn onvindbaar en er is geen contact mogelijk. De moeder weigert DNA-onderzoek, waardoor de biologische vaderschap niet is bevestigd, maar het hof gaat uit van het vaderschap van de man. De raad voor de kinderbescherming adviseert dat erkenning door de man in het belang van de kinderen is, ondanks mogelijke emotionele gevolgen.
Het hof weegt het fundamentele recht van de kinderen om hun biologische afstamming te kennen en hun kinderrechten uit te oefenen tegen het recht op bescherming van het familie- en gezinsleven van moeder en kinderen. Het vernietigen van de erkenning door de derde partij is niet gerechtvaardigd. Verzoeken tot gezamenlijk gezag en omgang worden afgewezen vanwege het ontbreken van contact, de onvindbaarheid van moeder en kinderen, en de onuitvoerbaarheid van de ondertoezichtstelling. Het hof bekrachtigt de bestreden beschikking en ontslaat de bijzondere curator.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de vervangende toestemming tot erkenning door de man en wijst verzoeken tot gezamenlijk gezag en omgang af.