Uitspraak
Gerechtshof Den Haag
Arrest
[verdachte],
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
13 (dertien) maanden.
5 (vijf) jaren.
Gerechtshof Den Haag
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot 15 maanden gevangenisstraf en een ontzetting van het recht tot het uitoefenen van het beroep van zorgverlener en zorgbemiddelaar voor 6 jaar en 3 maanden. In hoger beroep bevestigde het hof de feiten en het bewijs, maar paste de straf aan vanwege een overschrijding van de redelijke termijn.
De verdachte maakte misbruik van gemeenschapsgeld bestemd voor zorgcliënten via een grootschalige fraude met PGB-gelden binnen een zorginstelling waar haar zoon directeur was. Door het voeren van een valse bedrijfsadministratie werd ruim € 500.000 onttrokken, waarvan ruim € 320.000 door de verdachte werd witgewassen. Dit vormde een aantasting van de legale economie en had schadelijke gevolgen voor de PGB-regeling en budgethouders.
Het hof achtte de ernst van het feit en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte meewegend en stelde vast dat de behandeling in hoger beroep bijna twee jaar te laat was afgerond. Daarom werd de gevangenisstraf verlaagd naar 13 maanden. Daarnaast werd de ontzetting uit het beroep van zorgverlener en zorgbemiddelaar vastgesteld op 5 jaar, vanwege het risico op herhaling van financieel misbruik. Het vonnis werd verder bevestigd.
Bewijsmiddelen bestonden onder meer uit financiële administratie, loonheffingenonderzoek en WhatsApp-berichten tussen verdachte en medeverdachte. De strafrechtelijke artikelen 28, 47, 420ter en 420quinquies Sr waren van toepassing.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 13 maanden gevangenisstraf en 5 jaar ontzetting uit het beroep van zorgverlener en zorgbemiddelaar.