ECLI:NL:GHDHA:2022:2415
Gerechtshof Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing ondertoezichtstelling minderjarigen wegens ontwikkelingsbedreiging
In deze zaak is het verzoek tot ondertoezichtstelling van twee minderjarigen in hoger beroep behandeld. De vader betoogde dat de minderjarigen ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd door het ontbreken van contact met hem, veroorzaakt door de moeder, en dat noodzakelijke hulpverlening niet wordt geaccepteerd. De moeder stelde dat het goed gaat met de kinderen en dat zij zelf geen contact met de vader wensen.
De rechtbank had het verzoek van de raad tot ondertoezichtstelling eerder afgewezen, een beslissing die de vader aanvocht. Het hof constateerde dat de minderjarigen al bijna drie jaar vrijwel geen contact met de vader hebben en dat dit schadelijk is voor hun identiteitsontwikkeling. Hoewel de noodzakelijke zorg onvoldoende wordt geaccepteerd, acht het hof een ondertoezichtstelling niet doeltreffend vanwege de grote weerstand van de minderjarigen tegen gedwongen hulp.
Het hof benadrukte dat gedwongen hulpverlening het contactherstel kan bemoeilijken en de interne spanningen kan vergroten. Daarom werd de bestreden beschikking bekrachtigd. Het hof riep de vader op om de hulpwens van de jongste minderjarige te respecteren, die openstaat voor vrijwillige hulp. De proceskosten werden gecompenseerd vanwege de familierechtelijke aard van het geschil.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de afwijzing van ondertoezichtstelling omdat gedwongen hulpverlening niet doeltreffend is.