ECLI:NL:GHDHA:2022:2627
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot verbetering proceskostenbeslissing in civiele procedure
In deze civiele procedure bij het Gerechtshof Den Haag verzochten partijen om verbetering van de proceskostenbeslissing die in een eerder arrest was genomen. Het hof had bepaald dat elke partij haar eigen proceskosten draagt, conform het uitgangspunt in familierechtelijke zaken, en dat de compensatie van kosten in eerste aanleg gehandhaafd bleef. De verzoekster stelde dat het geschil geen familierechtelijke zaak betreft en dat het hof een kennelijke fout had gemaakt door appellanten niet in de proceskosten van beide instanties te veroordelen.
De wederpartij betoogde dat het verzoek niet op een kennelijke fout berust, maar op een inhoudelijke overweging die niet onder artikel 31 Rv Pro valt. Het hof overwoog dat een kennelijke fout alleen kan worden hersteld indien direct duidelijk is dat sprake is van een vergissing en waarin die fout bestaat. Hoewel de motivering van de proceskostencompensatie niet aansluit bij de aard van de zaak, betekent dit niet dat de beslissing zelf een kennelijke fout bevat.
Het hof concludeerde dat het verzoek tot verbetering van de proceskostenbeslissing niet kan worden gehonoreerd omdat het gaat om een bewuste inhoudelijke keuze die buiten het bereik van artikel 31 Rv Pro valt. De beslissing tot afwijzing werd op 2 augustus 2022 gegeven door de drie rechters.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot verbetering van de proceskostenbeslissing af wegens ontbreken van een kennelijke fout.