ECLI:NL:GHDHA:2022:268
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verdachte wegens afstand van rechtsmiddel in hoger beroep
De verdachte werd in eerste aanleg door de politierechter veroordeeld en deed ter zitting afstand van het recht om hoger beroep aan te tekenen. Deze afstand werd in het mondelinge vonnis genoteerd. Desondanks stelde de verdachte dezelfde dag hoger beroep in. Tijdens de zitting in hoger beroep stelde hij dat hij geen afstand had gedaan van zijn recht op hoger beroep.
Het hof besloot nader onderzoek te doen naar de geldigheid van de afstandsverklaring. Uit een e-mail van de politierechter en de zittingslijst bleek dat de verdachte ondubbelzinnig had verklaard geen hoger beroep te zullen instellen en dat dit correct was vastgelegd.
Het hof concludeerde dat er geen sprake was van een kennelijke misslag in de aantekening van het mondeling vonnis en dat de afstand rechtsgeldig was. Er waren geen bijzondere omstandigheden die een uitzondering rechtvaardigden. Daarom werd de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens rechtsgeldige afstand van het recht op hoger beroep.