De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor belaging en mishandeling van zijn voormalige buren, waaronder het plaatsen van (nep)camera’s, het maken van honderden foto’s en filmopnamen, en het intimiderend gedrag zoals hard langs de woning rijden en het uiten van bedreigingen. Daarnaast werd hij veroordeeld tot een taakstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf met een contactverbod.
In hoger beroep heeft het hof het vonnis van de rechtbank bevestigd, met uitzondering van de strafoplegging die het hof vernietigde en opnieuw bepaalde. Het hof verwierp het verweer dat de verdachte in opdracht van de Belastingdienst handelde en dat zijn handelen niet wederrechtelijk was. Uit verklaringen van getuigen en de verdachte zelf bleek dat het initiatief tot contact en het aanleveren van informatie vrijwel altijd van de verdachte uitging.
Het hof achtte de gedragingen van de verdachte ernstig en langdurig, waarbij hij stelselmatig inbreuk maakte op de persoonlijke levenssfeer van de slachtoffers. Gezien de ernst van de feiten, het ontbreken van eerdere veroordelingen en het advies van de reclassering, legde het hof een taakstraf van 120 uur, een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden met een proeftijd van 2 jaar en een maatregel ex artikel 38v Sr op, inhoudende een contactverbod met de slachtoffers. Deze maatregel is dadelijk uitvoerbaar en wordt bij overtreding gesanctioneerd met vervangende hechtenis.