ECLI:NL:GHDHA:2022:2859
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- T.J. Sleeswijk Visser
- J.A. van Dorp
- R. van der Hoeven
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid OM in ontnemingsvordering tegen ontbonden vennootschap
In deze zaak stond het hoger beroep centraal tegen het vonnis van de economische kamer van de rechtbank Rotterdam betreffende een ontnemingsvordering tegen een vennootschap onder firma (vof). De vennoot van de vof is overleden, waardoor de vennootschap van rechtswege is ontbonden. Het vof-contract bevatte geen voortzettingsbeding.
De erfgenaam van de overleden vennoot heeft alle activiteiten, baten en lasten van de vennootschap met zijn eenmanszaak overgenomen. De rechtbank had de ontnemingsvordering hoofdelijk toegewezen tegen de vennootschap, de overleden vennoot en de erfgenaam als natuurlijk persoon.
Het hof overweegt dat gezien de ontbinding van de vennootschap en de overname door de erfgenaam, geen redelijk strafvorderlijk belang meer bestaat bij de vervolging van de vennootschap zelf. Daarom verklaart het hof het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel tegen de vof.
Het arrest is gewezen door drie raadsheren en uitgesproken op 13 oktober 2022.
Uitkomst: Het hof verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de ontnemingsvordering tegen de ontbonden vennootschap.