ECLI:NL:GHDHA:2022:291
Gerechtshof Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Keuzevrijheid gezaghebbende ouder bij deelname minderjarigen aan Rijksvaccinatieprogramma
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de kinderrechter die de gecertificeerde instelling vervangende toestemming gaf voor deelname van haar minderjarige kinderen aan het Rijksvaccinatieprogramma. De minderjarigen staan onder toezicht en zijn geplaatst in pleeggezinnen, maar de moeder is de enige met ouderlijk gezag.
De moeder stelt dat zij bewust heeft gekozen haar kinderen niet te laten vaccineren en dat vaccinatie geen noodzakelijke medische behandeling is om ernstig gevaar voor hun gezondheid af te wenden. De gecertificeerde instelling betwist dit, maar erkent het lage risico door de hoge vaccinatiegraad en stelt dat vaccinatie in het algemeen in het belang van kinderen is.
Het hof overweegt dat deelname aan het Rijksvaccinatieprogramma een medische behandeling is, maar dat deze niet verplicht is. De keuzevrijheid van de ouder met gezag staat voorop, ook bij uithuisplaatsing. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die vervangende toestemming rechtvaardigen. De bestreden beschikking wordt vernietigd en het verzoek van de gecertificeerde instelling afgewezen.
Uitkomst: Het hof vernietigt de beschikking en wijst het verzoek tot vervangende toestemming voor vaccinatie af, waarbij de keuzevrijheid van de gezaghebbende ouder wordt bevestigd.