De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor het telen en bewerken van ongeveer 467 hennepplanten en het stelen van stroom uit een pand te Rotterdam. Tegen dit vonnis stelde hij hoger beroep in. Het hof oordeelde dat de verdachte wettig en overtuigend schuldig is aan beide feiten, waarbij de hennepkwekerij volledig aan hem wordt toegerekend.
De verdachte werd tevens veroordeeld voor diefstal van elektriciteit door middel van verbreking, met een materiële schadevergoeding aan het slachtoffer van €3.139,81. De vordering tot schadevergoeding werd deels toegewezen; het resterende deel moet bij de burgerlijke rechter worden ingediend.
Vanwege een overschrijding van de redelijke termijn, doordat het vonnis van de politierechter niet tijdig aan de verdachte was betekend en de lange duur van de procedure, legde het hof een geheel voorwaardelijke taakstraf van 100 uren op, subsidiair 50 dagen hechtenis. Daarnaast werd de verdachte veroordeeld tot betaling van de schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.