ECLI:NL:GHDHA:2022:359
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- R.M. Bouritius
- R.F. de Knoop
- T.J. Sleeswijk Visser
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken opzet bij innemen van afvalstoffen zonder begeleidingsbrief
De verdachte werd ten laste gelegd dat zij op of omstreeks 11 december 2013 te Rotterdam bedrijfs- of gevaarlijke afvalstoffen in ontvangst had genomen zonder de vereiste begeleidingsbrief, in strijd met artikel 10.39 Wet milieubeheer. Het hof onderzocht of de verdachte opzettelijk handelde met wetenschap van de herkomst van de afvalstoffen uit een andere EU-lidstaat, hetgeen de toepasselijkheid van de EVOA-regelgeving zou bepalen.
Uit het dossier en het onderzoek ter terechtzitting bleek dat de afvalstoffen afkomstig waren van een offshore platform en via een terminal in het Verenigd Koninkrijk waren overgebracht. De verdachte was niet bewust van deze herkomst en had geen informatie die haar aanleiding gaf om rekening te houden met de toepassing van de EVOA. Het hof oordeelde dat er geen sprake was van opzet of voorwaardelijk opzet op de toepasselijkheid van het voorschrift.
Daarnaast werd het OM niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging van de subsidiaire overtreding wegens verjaring, aangezien de vervolging niet binnen de wettelijke termijn van drie jaar was ingesteld. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank Rotterdam en sprak de verdachte vrij van het misdrijf en verklaarde het OM niet-ontvankelijk voor de overtreding.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van opzet en het OM wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens verjaring.