ECLI:NL:GHDHA:2022:367
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering schone lei wegens strafbare gedraging tijdens schuldsaneringsregeling
Appellant was gedurende een schuldsaneringsregeling gehouden aan strikte verplichtingen. Tijdens de looptijd van deze regeling veroorzaakte hij onder invloed van alcohol een verkeersongeval met een auto die hij zonder toestemming gebruikte. Dit leidde tot een nieuwe bovenmatige schuld van €14.700,-.
De rechtbank had de schone lei aan appellant onthouden vanwege deze toerekenbare tekortkoming. Appellant voerde aan dat het ongeval kort voor het einde van de regeling plaatsvond en dat hij zich tot dan toe aan alle verplichtingen had gehouden. Tevens stelde hij dat de ontstane schadevordering niet als nieuwe schuld kon worden beschouwd omdat deze pas na afloop van de regeling aan de bewindvoerder was gemeld.
Het hof oordeelde dat het rijden met 2,2 promille alcohol een ernstige fout is die strijdig is met de doelstellingen van de schuldsaneringsregeling. De persoonlijke omstandigheden van appellant, waaronder psychische problemen, zijn onvoldoende zwaarwegend om de sanctie te matigen. De schadevordering is terecht als nieuwe bovenmatige schuld aangemerkt omdat appellant verplicht was de bewindvoerder direct te informeren. De gevraagde verlenging van de regeling werd afgewezen.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en bevestigde de weigering van de schone lei.
Uitkomst: Het hof bevestigt de weigering van de schone lei wegens ernstige tekortkoming tijdens de schuldsaneringsregeling.