ECLI:NL:GHDHA:2022:398
Gerechtshof Den Haag
- Beschikking
- A.A.F. Donders
- A.C. Olland
- A.J. van Montfoort
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging machtiging uithuisplaatsing minderjarige wegens zorg- en opvoedingsbelang
De minderjarige is nog vóór haar geboorte onder toezicht gesteld en er is een machtiging verleend voor uithuisplaatsing. De moeder verzocht na de geboorte om vrijwillige plaatsing in een moeder-kindhuis, maar er was geen geschikte plek beschikbaar en zij toonde onvoldoende intrinsieke motivatie om haar problematiek aan te pakken.
De kinderrechter verleende daarom een machtiging tot uithuisplaatsing voor zes maanden. De moeder ging hiertegen in hoger beroep, stellende dat de maatregel prematuur was. Het hof oordeelt dat de noodzaak tot uithuisplaatsing ten tijde van de beschikking aanwezig was en nog steeds is, mede vanwege de problematiek van de moeder en het ontbreken van een geschikte moeder-kindhuisplek.
Hoewel de moeder positieve ontwikkelingen heeft doorgemaakt en inmiddels gemotiveerd is, acht het hof het belang van de minderjarige bij een stabiele verzorging en opvoeding zwaarder. Totdat een geschikte plek in een moeder-kindhuis beschikbaar is, blijft de machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen en de beschikking bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep van de moeder af en bekrachtigt de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige.