Uitspraak
Gerechtshof Den Haag
Arrest
[verdachte],
schuldheling.
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
2 (twee) weken.
1 (één) maand.
Gerechtshof Den Haag
In hoger beroep is de verdachte vrijgesproken van het primair tenlastegelegde, omdat dit niet wettig en overtuigend bewezen kon worden. Het subsidiair tenlastegelegde, schuldheling van diverse goederen, is wel bewezen verklaard. De verdachte werd aangehouden in verband met auto-inbraken, maar de aanhouding en eerdere sepot stonden vervolging van het nieuwe feit niet in de weg.
De verdediging voerde meerdere verweren aan tegen de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie, waaronder de onrechtmatigheid van de aanhouding, de strafrolzitting en de vermeende schending van de scheiding der machten door gezamenlijke administratie van het gerechtshof en het ressortsparket. Het hof verwierp deze verweren en achtte het OM ontvankelijk.
De bewezenverklaring betreft schuldheling van goederen waaronder een mobiele telefoon, laptop, tassen en andere spullen die de verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden door misdrijf verkregen waren. Gezien eerdere veroordelingen van de verdachte en de ernst van het feit, legde het hof een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken op, met aftrek van voorarrest.
Daarnaast werd de tenuitvoerlegging gelast van een eerder opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand, omdat de verdachte het bewezenverklaarde feit binnen de proeftijd beging. Het vonnis van de politierechter is vernietigd en het hof doet nu opnieuw recht.
Uitkomst: Verdachte vrijgesproken van primair feit, veroordeeld tot twee weken gevangenisstraf voor schuldheling met gelaste tenuitvoerlegging van eerdere voorwaardelijke straf.