In hoger beroep heeft het Gerechtshof Den Haag het vonnis van de politierechter vernietigd vanwege voegingsperikelen en onduidelijkheid over de beslissingen in twee zaken. De verdachte werd beschuldigd van bedreiging van zijn ex-vriendin met de woorden "Als ik je met een ander zie, dan breek ik je benen en die van hem ook".
Het hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte deze bedreiging heeft geuit tijdens een telefoongesprek waarbij het slachtoffer aanwezig was. Het verweer dat de bedreiging niet aan het slachtoffer was gericht, werd verworpen. De bedreiging kwalificeert als bedreiging met zware mishandeling.
De verdachte was eerder veroordeeld en had een voorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd gekregen met een proeftijd. Omdat hij het bewezenverklaarde feit binnen die proeftijd beging, werd de tenuitvoerlegging van de eerdere straf gelast. Het hof legde een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken op, rekening houdend met de ernst van het feit en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.
Hoewel het hoger beroep niet binnen de redelijke termijn werd behandeld, zag het hof geen reden om gevolgen te verbinden aan deze termijnoverschrijding. De verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee weken, waarvan de uitvoering voorwaardelijk is, en de eerdere voorwaardelijke straf werd tenuitvoer gelegd.