ECLI:NL:GHDHA:2022:530
Gerechtshof Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard tegen beslissing voorlopige hechtenis
De rechtbank Rotterdam wees op 9 november 2021 het verzoek van verdachte tot opheffing van de voorlopige hechtenis af. Tegen deze beslissing stelde verdachte op 10 november 2021 hoger beroep in. Het gerechtshof Den Haag behandelde dit hoger beroep op 27 januari 2022 in raadkamer. Verdachte was niet aanwezig, maar werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde advocaat.
Het hof nam kennis van de stukken en het standpunt van de advocaat-generaal. Verdachte verzocht tevens om schorsing van de voorlopige hechtenis. Het hof oordeelde dat krachtens artikel 406 lid 1 Sv Pro tegen een beslissing tot voortzetting van voorlopige hechtenis geen hoger beroep mogelijk is, tenzij tegelijk met het eindvonnis.
Daarom verklaarde het hof het hoger beroep niet-ontvankelijk en kwam het niet toe aan inhoudelijke beoordeling van het verzoek tot schorsing. De beschikking is op 27 januari 2022 gegeven door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Den Haag.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep tegen de beslissing tot voortzetting van voorlopige hechtenis niet-ontvankelijk.