ECLI:NL:GHDHA:2022:645
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- A.J.M. Kaptein
- H.C. Wiersinga
- J.A.M.J. Janssen-Timmermans
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs mishandeling in hoger beroep
In deze strafzaak stond verdachte terecht voor mishandeling van aangever op of omstreeks 1 februari 2018 te Ridderkerk. De politierechter veroordeelde verdachte in eerste aanleg tot een geheel voorwaardelijke taakstraf van 20 uren, subsidiair 10 dagen hechtenis, met een proeftijd van twee jaar. Tegen dit vonnis stelde verdachte hoger beroep in.
Het hof heeft het dossier en de stukken van zowel de eerste aanleg als het hoger beroep bestudeerd en is tot de conclusie gekomen dat de feitelijke toedracht van de mishandeling niet eenduidig kan worden vastgesteld. Met name is onduidelijk wanneer het letsel bij de aangever is ontstaan en hoe de confrontatie precies heeft plaatsgevonden.
Gelet op deze onzekerheden acht het hof het niet mogelijk om verdachte schuldig te achten aan het tenlastegelegde. Daarom vernietigt het hof het vonnis van de politierechter en spreekt verdachte vrij. De advocaat-generaal had nog gevorderd dat het vonnis bevestigd zou worden, maar het hof volgt dit niet.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van mishandeling.