ECLI:NL:GHDHA:2022:651
Gerechtshof Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek vervangende toestemming verhuizing minderjarige kinderen
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de afwijzing van haar verzoek om vervangende toestemming te verkrijgen voor verhuizing met haar minderjarige kinderen naar een andere gemeente en inschrijving op een school aldaar. De ouders hebben gezamenlijk gezag en een ouderschapsplan waarin is afgesproken niet te ver van elkaar te wonen.
Het hof overweegt dat de moeder zonder overleg met de vader is verhuisd, ondanks de afwijzing van haar verzoek in eerste aanleg en zonder het hoger beroep af te wachten. Dit heeft geleid tot een situatie waarin de vader voor een voldongen feit is geplaatst en het contact met de kinderen onder druk staat.
De moeder heeft onvoldoende aangetoond dat de verhuizing noodzakelijk was en heeft geen alternatieven onderzocht in de huidige woonomgeving. Het belang van de vader en kinderen om intensief contact te behouden weegt zwaarder dan het belang van de moeder om te verhuizen. Het hof bekrachtigt de eerdere beschikking en bepaalt dat de kinderen uiterlijk vóór het einde van de zomervakantie 2022 terug moeten verhuizen naar de oorspronkelijke regio.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van de moeder af en bekrachtigt de beschikking dat de kinderen uiterlijk vóór het einde van de zomervakantie 2022 terug moeten verhuizen.