Uitspraak
Vordering tot schadevergoeding
BESLISSING
spreektde verdachte daarvan
vrij.
Gerechtshof Den Haag
In deze strafzaak stond verdachte terecht voor mishandeling van het slachtoffer op 18 juni 2018 te 's-Gravenhage. De politierechter veroordeelde verdachte in eerste aanleg tot een geldboete, maar verdachte stelde hoger beroep in tegen dit vonnis.
Het hof heeft het dossier en de ter terechtzitting verhandelde stukken bestudeerd en concludeert dat niet met voldoende zekerheid kan worden vastgesteld dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan. Zowel verdachte als het slachtoffer geven een verschillende lezing van de gebeurtenissen, waarbij verdachte stelt dat zij zich slechts heeft verdedigd tegen agressie van het slachtoffer.
Gezien deze onduidelijkheid kan het hof niet buiten redelijke twijfel vaststellen dat het handelen van verdachte wederrechtelijk was. Daarom spreekt het hof verdachte vrij. Daarnaast wordt de vordering van het slachtoffer tot schadevergoeding afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid, nu de verdachte is vrijgesproken. De kostenveroordeling aan het adres van de benadeelde partij wordt begroot op nihil.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs en benadeelde partij wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar schadevordering.