ECLI:NL:GHDHA:2022:825
Gerechtshof Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Wijziging gezamenlijk gezag naar eenhoofdig gezag in belang minderjarige met autisme
De moeder verzocht het hof om het gezamenlijk gezag over haar minderjarige zoon, die autisme heeft, te beëindigen en haar het eenhoofdig gezag toe te wijzen. De ouders zijn gescheiden en het gezamenlijk gezag werd sinds 2015 uitgeoefend. De communicatie tussen hen is zeer slecht, met frequente ruzies en agressief gedrag van de vader, wat schadelijk is voor het kind.
De vader verweerde zich en stelde dat de moeder onvoldoende inzicht toont en de vader onterecht belast. De gecertificeerde instelling en de raad voor de kinderbescherming waren betrokken en gaven aan dat de ondertoezichtstelling niet verlengd wordt omdat het hoogst haalbare is bereikt, maar dat de omgang tussen vader en kind moeizaam blijft.
Het hof concludeerde dat de omstandigheden sinds 2015 zijn gewijzigd, de ouders niet tot constructieve samenwerking komen, en het belang van de minderjarige vraagt om een wijziging van het gezag. De vader komt vaak niet opdagen bij omgang en afspraken, wat de minderjarige emotioneel raakt. Het hof vernietigde de eerdere beschikking en kende het eenhoofdig gezag toe aan de moeder, waarbij het belang van het kind en de stabiliteit centraal stonden.
Uitkomst: Het hof wijzigt het gezamenlijk gezag en kent het eenhoofdig gezag toe aan de moeder in het belang van de minderjarige.