Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHDHA:2022:837

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
15 april 2022
Publicatiedatum
17 mei 2022
Zaaknummer
2200192021
Instantie
Gerechtshof Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 231 SrArt. 63 SrArt. 1 Wet op de identificatieplichtArt. 27 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor het tonen van een vals Pools rijbewijs

De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot twee maanden gevangenisstraf wegens het tonen van een vals Pools rijbewijs aan de politie in Rotterdam op circa 18 april 2021. Tegen dit vonnis stelde de verdachte hoger beroep in bij het gerechtshof Den Haag.

Het hof heeft het bewijs opnieuw beoordeeld en acht bewezen dat de verdachte opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een vals rijbewijs door dit over te leggen aan de politie bij het inleveren van zijn ingevorderde rijbewijs. Andere tenlastegelegde feiten zijn niet bewezen verklaard en de verdachte is daarvan vrijgesproken.

De straf is bepaald op basis van de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het is gepleegd en de persoonlijke situatie van de verdachte, die geen eerdere veroordelingen heeft. Het hof acht een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden passend en beveelt aftrek van voorarrest.

Het arrest is gewezen door mr. A.J.M. Kaptein, mr. H.C. Wiersinga en mr. J.A.M.J. Janssen-Timmermans en uitgesproken op 15 april 2022.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot twee maanden gevangenisstraf wegens het opzettelijk gebruik van een vals Pools rijbewijs.

Uitspraak

Rolnummer: 22-001920-21
Parketnummer: 10-106014-21
Datum uitspraak: 15 april 2022
VERSTEK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Rotterdam van 24 juni 2021 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedatum],
thans zonder bekende vaste woon- of verblijfplaats hier te lande.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.
Procesgang
In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden, met aftrek van voorarrest.
Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
hij, op of omstreeks 18 april 2021 te Rotterdam opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een vals en/of vervalst reisdocument en/of identiteitsbewijs als bedoeld in het eerste lid van artikel 231 van Pro het Wetboek van Strafrecht, te weten een nationaal rijbewijs van Polen, nummer [nummer], afgegeven op 25 maart 2018, door deze rijbewijs te overhandigen aan de Politie eenheid Rotterdam teneinde zijn ingevorderde rijbewijs in te leveren.
Vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd.
Het vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof komt tot een andere bewezenverklaring.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij,opof omstreeks18 april 2021 te Rotterdam opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een valsen/of vervalst reisdocument en/ofidentiteitsbewijs als bedoeld in het eerste lid van artikel 231 van Pro het Wetboek van Strafrecht, te weten een nationaal rijbewijs van Polen, nummer [nummer], afgegeven op 25 maart 2018, door dit rijbewijs te overhandigen aan de Politie eenheid Rotterdam teneinde zijn ingevorderde rijbewijs in te leveren.
Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewijsvoering
Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.
In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert op:
opzettelijk gebruik maken van een vals identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht.
Strafbaarheid van de verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.
Strafmotivering
Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.
Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Nadat de verdachte was aangehouden door de politie voor een snelheidsovertreding, diende hij bij de politie zijn rijbewijs in te leveren. De verdachte heeft toen een vals Pools rijbewijs overhandigd, waarvan hij ook wist dat het vals was.
De verdachte heeft daarmee het vertrouwen geschaad dat in het internationaal personenverkeer in identiteitspapieren gesteld moet kunnen worden.
Het hof heeft gelet op de straffen die in gelijksoortige zaken plegen te worden opgelegd.
Het hof heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 22 maart 2022, waar geen eerdere veroordelingen op staan.
Het hof is - alles afwegende - van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
Het hof heeft gelet op de artikelen 63 en 231 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
2 (twee) maanden.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Dit arrest is gewezen door mr. A.J.M. Kaptein,
mr. H.C. Wiersinga en mr. J.A.M.J. Janssen-Timmermans, in bijzijn van de griffier R. Luijken.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 15 april 2022.