ECLI:NL:GHDHA:2022:855
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Th.W.H.E. Schmitz
- D.M. Thierry
- L.C. van Walree
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs deelname aan terroristische organisatie en wapenbezit
In deze strafzaak stond verdachte terecht wegens vermeende deelname aan de terroristische organisatie Islamitische Staat (IS) en het bezit en overdragen van grote hoeveelheden munitie en wapenonderdelen met terroristisch oogmerk. De tenlasteleggingen betroffen onder meer het voorbereiden en faciliteren van terroristische misdrijven in Nederland, Frankrijk en België in de periode van december 2015 tot maart 2016.
De rechtbank Rotterdam sprak verdachte in eerste aanleg vrij van alle ten laste gelegde feiten. Het Openbaar Ministerie ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. Tijdens het hoger beroep heeft het gerechtshof de stukken en het pleidooi van partijen opnieuw gewogen, waarbij ook een PowerPoint-presentatie die in eerste aanleg was getoond, niet als bewijs werd toegelaten.
Het hof concludeerde dat het bewijs onvoldoende was om de betrokkenheid van verdachte bij de terroristische organisatie en de wapentransacties overtuigend aan te tonen. De verdediging had aangevoerd dat de presentatie niet als bewijs mocht worden gebruikt en dat dit tot strafvermindering zou moeten leiden, maar het hof oordeelde dat deze presentatie geen onderdeel uitmaakte van het dossier.
Daarom werd het vonnis van de rechtbank bevestigd en verdachte vrijgesproken van alle ten laste gelegde feiten. Het hof volgde hiermee het verzoek van de advocaat-generaal en het pleidooi van de verdediging.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van deelname aan terroristische organisatie en wapenbezit wegens onvoldoende bewijs.