Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHDHA:2022:872

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
24 maart 2022
Publicatiedatum
20 mei 2022
Zaaknummer
0932121721rk
Instantie
Gerechtshof Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling hoger beroep en schorsingsverzoek voorlopige hechtenis bij verdenking softdrugs

De rechtbank Den Haag had de voorlopige hechtenis van de verdachte bevolen voor 90 dagen wegens ernstige bezwaren omtrent grootschalige handel in softdrugs en voorbereidingshandelingen van cocaïnehandel. De verdachte stelde in hoger beroep dat deze ernstige bezwaren ontbraken en dat een wettelijke grond voor voorlopige hechtenis ontbrak.

Het hof oordeelde echter dat de ernstige bezwaren wel aanwezig zijn, mede gelet op identificatie via het SKY-id account, gesprekken via dat account en aangetroffen verdovende middelen in de woning en auto van de verdachte. De grootschalige handel in softdrugs leidt tot maatschappelijke ontwrichting en gezondheidsrisico’s, waardoor het recidivegevaar onverminderd aanwezig is.

De verdachte verzocht tevens om schorsing van de voorlopige hechtenis vanwege persoonlijke omstandigheden, waaronder de zorg voor zijn gezin en dementerende grootvader. Het hof stelde echter dat het belang van de strafvordering prevaleert boven deze belangen, mede gezien de ernst van de feiten.

Daarom wees het hof zowel het hoger beroep als het verzoek tot schorsing af, waarmee de voorlopige hechtenis onverminderd van kracht blijft.

Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep en het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis af, waardoor de voorlopige hechtenis wordt voortgezet.

Uitspraak

datum beschikking: 24 maart 2022

GERECHTSHOF DEN HAAG

meervoudige raadkamer

BESCHIKKING

gegeven naar aanleiding van het hoger beroep in de zaak van de verdachte, genaamd:

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats]
thans gedetineerd in PI Midden Holland te Alphen aan den Rijn.
Procesgang
De rechtbank Den Haag heeft in raadkamer bij beschikking van 23 februari 2022 de gevangenhouding van de verdachte bevolen voor de duur van 90 dagen.
Blijkens de akte rechtsmiddel is op 24 februari 2022 namens de verdachte hoger beroep tegen die beslissing ingesteld.
Het hof heeft dit hoger beroep op 24 maart 2022 in raadkamer behandeld.
In raadkamer zijn gehoord de verdachte, de advocaat
mr. S.L.J. Janssen en de advocaat-generaal mr. P. Spoon.
Het hof heeft in raadkamer kennisgenomen van de beslissing waarvan beroep en van de stukken die betrekking hebben op de voorlopige hechtenis van de verdachte.
In raadkamer is door of namens de verdachte bij gelegenheid van de behandeling van het hiervoor bedoelde hoger beroep tevens verzocht om schorsing van de voorlopige hechtenis.
De beoordeling van het hoger beroep
Namens de verdachte is betoogd dat de rechtbank ten onrechte de vordering gevangenhouding heeft toegewezen omdat de ernstige bezwaren ten aanzien van feit 4 ontbreken en omdat voor de voorlopige hechtenis een wettelijke grond ontbreekt.
Het hof is van oordeel – anders dan namens de verdachte is gesteld – dat de ernstige bezwaren aanwezig zijn voor alle feiten op de vordering, ook ten aanzien van het medeplegen van voorbereidingshandelingen van cocaïnehandel als op grootschalige handel in softdrugs – met inbegrip van de uitvoer ervan - gedurende een langere periode. Het hof heeft mede acht geslagen op de identificatie van de verdachte als de gebruiker van SKY-id
[ID], de gesprekken die met dit account zijn gevoerd en de aangetroffen verdovende middelen in de woning (waar de verdachte een sleutel van had) en in zijn auto.
Het hof verenigt zich met de gronden waarop de bestreden beschikking berust. Het is algemeen bekend dat de verspreiding van verdovende middelen – softdrugs daaronder begrepen - tot gevaren voor de volksgezondheid leidt. Daarbij heeft dergelijke grootschalige handel, en de strafbare feiten die daarmee gepaard gaan, een ontwrichtende werking op de maatschappij. Mede gelet op deze grootschaligheid acht het hof het recidivegevaar onverkort aanwezig.
De beoordeling van het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis
In raadkamer is namens de verdachte bij gelegenheid van de behandeling van het hoger beroep tegen de beslissing van de rechtbank om schorsing van zijn voorlopige hechtenis verzocht. Als belang van de verdachte bij schorsing van de voorlopige hechtenis is aangevoerd dat de verdachte er voor zijn gezin wil zijn. De kinderen van de verdachte hebben het moeilijk met zijn afwezigheid, daarbij heeft het jongste kind van de verdachte gezondheidsproblemen. Ten slotte is de verdachte mantelzorger voor zijn dementerende grootvader.
Het hof komt in het onderhavige geval echter tot het oordeel dat het belang van strafvordering bij het voortduren van de voorlopige hechtenis dient te prevaleren boven het belang van de verdachte bij schorsing van zijn voorlopige hechtenis, waarbij mede acht is geslagen op de ernst van de feiten waarvan hij wordt verdacht.
Dit brengt mee dat het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis moet worden afgewezen.
Beslissing
Het hof:
Wijst het hoger beroep af.
Wijst het verzoek om schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte af.
Deze beschikking is gegeven op 24 maart 2022 door
mr. M.P.J.G. Göbbels, voorzitter,
mr. H.C. Plugge en mr. W.B.M. Tomesen, leden,
in bijzijn van F. Abassi, griffier.
Deze beschikking is ondertekend door de voorzitter en de griffier.
………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………
De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte.
Den Haag, 24 maart 2022
de advocaat-generaal