ECLI:NL:GHDHA:2022:898
Gerechtshof Den Haag
- Beschikking
- E.A. Mink
- A.A.F. Donders
- A.R.J. Mulder
- Rechtspraak.nl
Beoordeling schorsing zorgregeling en dwangsom bij omgangsregeling minderjarigen
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank waarin een zorgregeling is vastgesteld waarbij de minderjarigen bij de vader verblijven met een dwangsom voor niet-nakoming. Zij verzocht om schorsing van de werking van deze beschikking en om voorlopige voorzieningen.
De rechtbank had de beschikking uitvoerbaar bij voorraad verklaard, waardoor de vader de zorgregeling mocht uitvoeren ondanks het hoger beroep. Het hof beoordeelde het verzoek tot schorsing aan de hand van vaste maatstaven en een belangenafweging, waarbij ook de belangen van de minderjarigen werden betrokken.
De moeder stelde dat de minderjarigen geen draagkracht hebben voor omgang met de vader en dat zij psychologische hulp nodig hebben. Het hof stelde vast dat de moeder onvoldoende concrete feiten en omstandigheden had aangevoerd die rechtvaardigen dat van de eerdere uitvoerbaarverklaring wordt afgeweken. Uit eerdere rapporten en stukken bleek dat er wel draagkracht was en dat de moeder een sleutelrol speelt in de negatieve beeldvorming bij de kinderen.
Het hof oordeelde dat het belang van de vader en de minderjarigen bij contactherstel zwaarder weegt dan het belang van de moeder bij schorsing. Ook het verzoek om opschorting van de dwangsommen werd afgewezen, omdat deze dwangsommen de nakoming van de zorgregeling bevorderen. De beschikking blijft daarom in stand gedurende het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot schorsing van de zorgregeling en dwangsom af en handhaaft de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.