Uitspraak
hij op of omstreeks 01 januari 2019 te Rotterdam opzettelijk en met voorbedachten rade een persoon genaamd [slachtoffer 1] van het leven heeft beroofd, immers heeft verdachte opzettelijk en na kalm beraad en rustig overleg, meermalen, althans eenmaal, met een vuurwapen één of meer kogel(s) afgevuurd op die [slachtoffer 1], tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer 1] is overleden;
hij op of omstreeks 01 januari 2019 te Rotterdam ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk en met voorbedachten rade een persoon genaamd [slachtoffer 2] van het leven te beroven, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, meermalen, althans eenmaal, met een vuurwapen één of meer kogel(s) heeft afgevuurd op die [slachtoffer 2], zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;
hij op of omstreeks 01 januari 2019 te Rotterdam een wapen als bedoeld in artikel 2, lid 1 Categorie III onder 1º van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3º van die wet in de vorm van een semi-automatisch werkend pistool van het merk Crvena Zastava, model 70, kaliber 7.65mm Browning,voorhanden heeft gehad;
hij op of omstreeks 01 december 2018 te Schiedam, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk een persoon, in de aangifte genoemd HGL73088, van het leven te beroven, althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet met een vuurwapen een kogel heeft afgevuurd op die persoon, in de aangifte genoemd HGL73088, althans op de rijdende auto waarin die persoon, in de aangifte genoemd HGL73088, zich bevond, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
hij op of omstreeks 01 december 2018 te Schiedam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een persoon in de aangifte genoemd HGL73088 heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door met een vuurwapen op die persoon in de aangifte genoemd HGL73088 te schieten, terwijl deze zich in een rijdende auto bevond;
hij op of omstreeks 01 december 2018 te Schiedam tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (een) wapen(s) als bedoeld in artikel 2 lid 1 Categorie Pro III onder 1º van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3º van die wet in de vorm van een semi-automatisch werkend pistool van het merk Crvena Zastava, type M70, kaliber 7.65mm Browning, voorhanden heeft gehad.
[betrokkene 1] op de auto van de aangever heeft geschoten. Dat er zich op dat moment meer personen in de Volkswagen bevonden dan [betrokkene 1] en de verdachte zoals door de verdediging is betoogd, blijkt nergens uit en is dan ook niet aannemelijk geworden. De aangever heeft verklaard dat hij zag dat er twee personen in de auto zaten en zowel [betrokkene 1] als de verdachte hebben niets verklaard over andere personen die toen in de auto gezeten zouden hebben.
of omstreeks01 januari 2019 te Rotterdam opzettelijk
en met voorbedachten radeeen persoon genaamd [slachtoffer 1] van het leven heeft beroofd, immers heeft verdachte opzettelijk
en na kalm beraad en rustig overleg, meermalen, althans eenmaal,met een vuurwapen één of meer kogel(s) afgevuurd op die [slachtoffer 1], tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer 1] is overleden;
of omstreeks01 januari 2019 te Rotterdam ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk
en met voorbedachten radeeen persoon genaamd [slachtoffer 2] van het leven te beroven, met dat opzet
en na kalm beraad en rustig overleg, meermalen, althans eenmaal,met een vuurwapen één of meer kogel(s) heeft afgevuurd op die [slachtoffer 2], zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;
of omstreeks01 januari 2019 te Rotterdam een wapen als bedoeld in artikel 2, lid 1 Categorie III onder 1º van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3º van die wet in de vorm van een semi-automatisch werkend pistool
van het merk Crvena Zastava, model 70,kaliber 7.65mm Browning, voorhanden heeft gehad;
of omstreeks01 december 2018 te Schiedam,
althans in Nederland,ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,opzettelijk een persoon, in de aangifte genoemd HGL73088, van het leven te beroven,
althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen,met dat opzet met een vuurwapen een kogel heeft afgevuurd op die persoon, in de aangifte genoemd HGL73088,
althans op de rijdende auto waarin die persoon, in de aangifte genoemd HGL73088, zich bevond,terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
of omstreeks01 december 2018 te Schiedam
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (een
)wapen
(s)als bedoeld in artikel 2 lid 1 Categorie Pro III onder 1º van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3º van die wet in de vorm van een semi-automatisch werkend pistool
van het merk Crvena Zastava, type M70, kaliber 7.65mm Browning, voorhanden heeft gehad.
[slachtoffer 1] is hierbij in zijn rug geraakt en daardoor dodelijk verwond. Tevens heeft hij gepoogd [slachtoffer 2] dood te schieten. De gevolgen hiervan zijn enorm. De verdachte heeft [slachtoffer 1] zijn leven ontnomen. Dat is een van de meest ernstige misdrijven die een mens zijn medemens kan aandoen. Door het handelen van de verdachte is [slachtoffer 2] voor de rest van zijn leven getekend en is ook het leven van de familie en vrienden van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] voorgoed beschadigd. [slachtoffer 2] is zwaar gewond geraakt en heeft het maar ternauwernood overleefd. Hij heeft bijna een maand in het ziekenhuis gelegen, waarvan drie weken op de IC, de Intensive Care. Hij heeft, in verband met het door de verdachte toegebrachte schotletsel, meerdere (spoed)operaties moeten ondergaan en werd op de IC ook geruime tijd in een kunstmatig coma gehouden. Zoals zijn moeder het in de door haar op de zitting in hoger beroep voorgelezen slachtofferverklaring heeft benoemd, was zijn toestand lange tijd kritiek en vocht hij voor zijn leven, terwijl zij hem terzijde stond. Hij kon hierdoor geen afscheid nemen van zijn broer [slachtoffer 1]. De familie heeft [slachtoffer 1] moeten begraven zonder dat [slachtoffer 2] het wist. Zij konden hem niet vertellen dat zijn broer was overleden. [slachtoffer 2] kampt nog steeds met fysieke gevolgen van het neerschieten door verdachte. Hij is nog altijd onder behandeling voor de longproblematiek die hij hieraan heeft overgehouden. De kogel bevindt zich nog steeds in zijn lichaam en zal operatief verwijderd moeten worden. Het misdrijf van de verdachte heeft bij [slachtoffer 2] daarnaast ook enorme psychische gevolgen veroorzaakt, zowel door wat hem zelf, als wat zijn broer is aangedaan. Hij moet zijn broer, met wie hij een zeer goede band had, missen en ziet nog steeds het beeld voor zich van zijn broer die werd neergeschoten en zwaargewond op de grond viel. Dat geldt ook voor het leed dat aan de ouders, stiefvader en (half)broertje van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2], de vriendin van [slachtoffer 1] en verdere familie en vrienden is toegebracht. In indrukwekkende verklaringen hebben de moeder van [slachtoffer 1] en zijn vriendin verteld welke rol [slachtoffer 1] in hun leven speelde en wat zijn verlies voor hen betekent.
1. [slachtoffer 2/benadeelde partij 1]
[benadeelde partij 1], de broer van de overleden [slachtoffer 1], zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële en immateriële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 1 en 2 bewezenverklaarde, tot een bedrag van € 54.285,81. De vordering voor materiële schadeposten bestaat uit een daggeldvergoeding van € 900,- voor 30 dagen in het ziekenhuis, eigen risico van de zorgverzekering van tweemaal € 385,-, een kilometervergoeding voor reizen naar het ziekenhuis van
€ 9,36, gederfd inkomen van € 6.885,33 voor de periode van januari 2019 tot september 2020 en toekomstig gederfd inkomen tot een bedrag van € 5.721,12 voor de periode van september 2020 tot en met december 2021.
€ 14.285,81 worden toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 1 januari 2019 tot aan de dag der algehele voldoening.
€ 34.285,81 aansprakelijk is voor de schade die door het bewezenverklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer
[benadeelde partij 1].
2. [benadeelde partij 2]
3. [benadeelde partij 3]
4. [benadeelde partij 4]
5. [benadeelde partij 5]
[benadeelde partij 5], de stiefvader van de overleden [slachtoffer 1], zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 1 bewezenverklaarde tenlastegelegde, tot een bedrag van € 18.157,68, samengesteld uit de kosten van lijkbezorging van in totaal € 16.593,17 en een bedrag van € 1.453,01 voor een verklaring van erfrecht en
€ 111,50 voor het omboeken van een vliegticket na het schietincident, te vermeerderen met de wettelijke rente, alsmede met het verzoek tot oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
€ 111,50 zijn materiële schade die het directe gevolg zijn van het bewezen verklaarde feit. Deze posten zijn eveneens genoegzaam onderbouwd. Het hof ziet geen reden voor matiging, zodat het gehele bedrag wordt toegewezen.
€ 18.157,68 aansprakelijk is voor de schade die door het bewezenverklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer
6. [benadeelde partij 6]
[benadeelde partij 6], het halfbroertje van de overleden [slachtoffer 1], zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden immateriële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 1 bewezenverklaarde tenlastegelegde, tot een bedrag van € 15.000,-. De benadeelde partij heeft op 6-jarige leeftijd door de doodslag zijn oudere (half)broer verloren met wie hij een bijzondere band had. [slachtoffer 1] was voor hem een soort tweede vader met wie hij leuke uitstapjes maakte, zoals samen naar de bioscoop of dierentuin gaan. Het verlies van zijn broer heeft een grote impact gehad op zijn leven.
gevangenisstrafvoor de duur van
20 (twintig) jaren.
de maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking.
1.Vordering van [benadeelde partij 1]
€ 34.285,81 (vierendertigduizend tweehonderdvijfentachtig euro en eenentachtig cent) bestaande uit € 14.285,81 (veertienduizend tweehonderdvijfentachtig euro en eenentachtig cent) materiële schade en € 20.000,00 (twintigduizend euro) immateriële schade,vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 34.285,81(vierenvijftigduizend tweehonderdvijfentachtig euro en eenentachtig cent) bestaande uit € 14.285,81 (veertienduizend tweehonderdvijfentachtig euro en eenentachtig cent) materiële schade en € 20.000,00 (twintigduizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
gijzelingop ten
hoogste 150(honderdvijftig) dagen.
1 januari 2019.
2.Vordering van [benadeelde partij 2]
€ 20.000,00 (twintigduizend euro) ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
50 (vijftig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
wettelijke rentevoor de materiële schade op
1 januari 2019.
3.Vordering van [benadeelde partij 3]
€ 20.000,00 (twintigduizend euro) ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
gijzelingop ten hoogste
50 (vijftig) dagen.
wettelijke rentevoor de materiële schade op
1 januari 2019.
4.Vordering van [benadeelde partij 4]
€ 17.500,00 (zeventienduizend vijfhonderd euro) ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
50 (vijftig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
wettelijke rentevoor de materiële schade op
1 januari 2019.
5.Vordering van [benadeelde partij 5]
€ 18.157,68 (achttienduizend honderdzevenenvijftig euro en achtenzestig cent) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
50 (vijftig) dagen.Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
wettelijke rentevoor de materiële schade op
1 januari 2019.
6.Vordering van [benadeelde partij 6]
niet-ontvankelijkin de vordering tot schadevergoeding en bepaalt dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
€ 1.057,20 (duizend zevenenvijftig euro en twintig cent) ter zake van materiële schade,vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 1.057,20 (duizend zevenenvijftig euro en twintig cent)als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
gijzelingop ten hoogste
15 (vijftien) dagen.
wettelijke rentevoor de materiële schade op
1 december 2018.
mr. C.P.E.M. Fonteijn-Van der Meulen en mr. H.M.D. de Jong, in bijzijn van de griffier mr. C.M. Jellema.