Uitspraak
1.Het verloop van het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
€ 10.000,- is bereikt. De dwangsom zal komen te vervallen indien partijen en de gecertificeerde instelling tot andere afspraken komen.
Gerechtshof Den Haag
In deze zaak staat de omgangsregeling tussen een vader en zijn minderjarige kind centraal, waarbij de moeder zich verzet tegen de omgang vanwege ernstige trauma’s en psychische problematiek. De rechtbank had een omgangsregeling vastgesteld met dwangsommen en lijfsdwang om naleving af te dwingen. De moeder is het hier niet mee eens en is in hoger beroep gegaan.
Het hof heeft het verloop van het geding en de feiten onderzocht, waaronder eerdere beslissingen over omgang en ondertoezichtstelling van de minderjarige. De moeder stelt dat zij door het verleden met de vader ernstig getraumatiseerd is en niet in staat is de omgang te faciliteren, terwijl de vader dit betwist. De gecertificeerde instelling en de raad voor de kinderbescherming benadrukken het belang van de minderjarige en pleiten voor een dialoog en behandeling van de moeder.
Het hof oordeelt dat dwangmiddelen tot nu toe niet effectief zijn gebleken en mogelijk schade kunnen veroorzaken bij de minderjarige. Daarom wordt de zaak aangehouden voor een half jaar, zodat de gecertificeerde instelling een traject kan starten om de communicatie en het gezamenlijk ouderschap te verbeteren. De onmiddellijke werking van de omgangsregeling wordt geschorst, en partijen worden opgeroepen om het hof te informeren over het verloop van het traject.
Uitkomst: De zaak wordt voor zes maanden aangehouden en de onmiddellijke werking van de omgangsregeling wordt geschorst in afwachting van een begeleid traject bij Jeugdbescherming.