Uitspraak
1.De zaak en de beschikking in het kort
2.Het geding in hoger beroep
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat en mevrouw [tolk] , tolk in de Engelse taal;
- de gecertificeerde instelling, vertegenwoordigd door mevrouw [vertegenwoordiger gi] .
Gerechtshof Den Haag
Deze zaak betreft de vraag of de gecertificeerde instelling het gezag mag uitoefenen over de aanmelding van een minderjarige bij een onderwijsinstelling. De rechtbank had dit reeds bepaald voor de duur van de machtiging tot uithuisplaatsing. De ouders zijn tegen deze beslissing in hoger beroep gekomen, maar het hof wijst hun verzoek af en bekrachtigt de beschikking van de rechtbank.
De minderjarige is sinds de zomervakantie 2022 niet naar school gegaan vanwege betalingsproblemen bij een internationale school. Pogingen om de schoolgang te continueren, onder meer via inschrijving bij een andere internationale school, mislukten. De ouders wilden vasthouden aan een internationale school, wat leidde tot maandenlange schooluitval. Het hof oordeelt dat het belang van de minderjarige bij continuïteit van onderwijs zwaarder weegt dan de wens van de ouders.
Hoewel de vader in hoger beroep stelde dat hij een internationale school kan betalen, leverde hij geen bewijs. Het hof vreest dat wisseling van school opnieuw tot onderwijsachterstand zal leiden. De minderjarige maakt momenteel een inhaalslag op een Nederlandse school, mogelijk met een klasoverslag. Het hof benadrukt dat continuïteit van onderwijs voorop staat en moedigt partijen aan om in de toekomst opnieuw te overleggen over internationale schoolmogelijkheden.
De beschikking is uitgesproken door drie raadsheren en bekrachtigt de gedeeltelijke gezagsuitoefening door de gecertificeerde instelling voor de aanmelding bij een reguliere Nederlandse middelbare school.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt dat de gecertificeerde instelling het gezag uitoefent over de aanmelding van de minderjarige bij een reguliere middelbare school.