ECLI:NL:GHDHA:2023:1398

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
1 augustus 2023
Publicatiedatum
24 juli 2023
Zaaknummer
200.297.587/01
Instantie
Gerechtshof Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 843a Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep opheffing conservatoir beslag zonder belang wegens onherroepelijke opheffing

In deze kortgedingprocedure vordert Waalstede Vastgoed B.V. (Waalstede c.s.) in het principaal hoger beroep de opheffing van conservatoir beslag dat door Druvar Vastgoed B.V. (Druvar c.s.) op Waalstede c.s. is gelegd. Het hof oordeelt dat Waalstede c.s. geen belang meer heeft bij deze vordering omdat het beslag inmiddels onherroepelijk is opgeheven bij vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Rotterdam van 14 februari 2023.

Druvar c.s. heeft in het incidenteel hoger beroep vier grieven geformuleerd, maar het hof stelt vast dat zij geen belang heeft bij deze grieven. De grieven 3 en 4 betreffen beslag op derden die niet partij zijn in deze procedure, en grieven 1 en 2 zijn motiveringsklachten over het beslag op Waalstede c.s., waarover het hof niet inhoudelijk oordeelt omdat het beslag is opgeheven.

Het hof verklaart Druvar c.s. niet-ontvankelijk in het incidenteel hoger beroep en verwerpt het principaal hoger beroep van Waalstede c.s. De proceskosten in het incident worden aan Druvar c.s. opgelegd, evenals de kosten van het incidenteel hoger beroep. De proceskosten in het principaal hoger beroep worden gecompenseerd omdat partijen deels als in het ongelijk gestelde partij worden beschouwd.

Uitkomst: Het hof verwerpt het principaal hoger beroep wegens gebrek aan belang en verklaart het incidenteel hoger beroep niet-ontvankelijk.

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Civiel recht
Team Handel
Zaaknummer hof : 200.297.587/01
Zaaknummer rechtbank : C/10/619795 / KG ZA 21-456
Arrest in kort geding van 1 augustus 2023
in de zaak van

1.Waalstede Vastgoed B.V.,gevestigd in Hedel,

2. ’
’t Goeie Spoor B.V.,
gevestigd in Rotterdam,
2. ’
[appellant 3],wonende in [woonplaats] (gemeente [gemeente]),
2. ’
[appellant 4],wonende in [woonplaats],
appellanten in het principaal hoger beroep,
verweerders in incidenteel hoger beroep,
advocaat: mr. R.A.D. Blaauw te Rotterdam,
tegen

1.Druvar Vastgoed B.V.,gevestigd in Kerkwijk (gemeente Zaltbommel),

2.
[verweerder 2],wonende in [woonplaats] (gemeente [gemeente]),
verweerders in het principaal hoger beroep,
appellanten in het incidenteel hoger beroep,
advocaat: mr. D.I.J. Snijders te 's-Hertogenbosch.
Het hof zal appellanten in het principaal hoger beroep/verweerders in het incidenteel hoger beroep samen Waalstede c.s. noemen. Het hof zal verweerders in het principaal hoger beroep/appellanten in het incidenteel hoger beroep samen Druvar c.s. noemen.

1.De zaak in het kort

1.1
In het principaal hoger beroep vordert Waalstede c.s. opheffing van de beslagen die Druvar c.s. ten laste van Waalstede c.s. heeft gelegd. Het hof oordeelt dat Waalstede c.s. geen belang meer heeft bij deze vordering, omdat de beslagen inmiddels zijn opgeheven bij onherroepelijk vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Rotterdam van 14 februari 2023.
1.2
In het incidenteel hoger beroep formuleert Druvar c.s. vier grieven. Bij deze grieven heeft zij naar het oordeel van het hof geen belang.

2.Procesverloop in hoger beroep

2.1
Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit de volgende stukken:
  • het arrest van dit hof in het incident ex artikel 843a Rv van 13 december 2022;
  • de akte overlegging producties tevens memorie van antwoord in incidenteel appel van 24 januari 2023, met bijlagen;
  • de antwoordakte van 21 februari 2023, met bijlagen.
2.2
Hierna is opnieuw arrest bepaald.

3.Feitelijke achtergrond en procedures bij de rechtbank

3.1
Druvar c.s. heeft op 4 juni 2021, met verlof van de voorzieningenrechter, conservatoir beslag gelegd ten laste van:
(i) Waalstede c.s. (hierna ook: het beslag Waalstede c.s.). en
(ii) drie andere rechtspersonen, namelijk [naam] Woningbeheer B.V., Charleston Vastgoed Rotterdam B.V. en Yellow Sprint Holding B.V. (hierna ook: beslag 2).
3.2
Bij het thans bestreden vonnis van 15 juni 2021 heeft de voorzieningenrechter, op vordering van (onder meer) Waalstede c.s., Druvar c.s. veroordeeld om beslag 2 op te heffen, dit op straffe van een dwangsom. Het beslag Waalstede c.s. is toen gehandhaafd.
3.3
De voorzieningenrechter heeft bij vonnis (in een andere procedure) van 14 februari 2023, op vordering van Waalstede c.s., Druvar c.s. veroordeeld om beslag Waalstede c.s. op te heffen. Dit vonnis is inmiddels onherroepelijk. Druvar c.s. heeft geen hoger beroep ingesteld en heeft het beslag Waalstede c.s. ook daadwerkelijk opgeheven, zoals de advocaten van beide partijen (telefonisch) aan het hof hebben bevestigd.

4.Beoordeling van het (principaal) hoger beroep van Waalstede c.s.

4.1
Waalstede c.s. is in hoger beroep gekomen van het vonnis van 15 juni 2021. Zij vordert vernietiging van het vonnis, voor zover het gaat om beslag Waalstede c.s., en alsnog opheffing van dit beslag.
4.2
Het hof oordeelt als volgt. Waalstede c.s. heeft op dit moment geen belang meer bij haar vordering, omdat het beslag inmiddels is opgeheven. Daarom komt het hof niet meer toe aan de inhoudelijke beoordeling van de vordering tot opheffing van dit beslag. Het hof zal daarom het principaal hoger beroep van Waalstede c.s. verwerpen. Omtrent de proceskosten oordeelt het hof hierna.

5.Beoordeling van het (incidenteel) hoger beroep van Druvar c.s.

5.1
Druvar c.s. heeft geen vordering ingesteld in het incidenteel hoger beroep. Voor zover zij met haar grieven 3 en 4 wil klagen over de veroordeling tot opheffing van beslag 2, kan dit in ieder geval niet omdat de betreffende wederpartijen [naam] Woningbeheer B.V., Charleston Vastgoed Rotterdam B.V. en Yellowsprint Holding B.V niet bij deze procedure in hoger beroep zijn betrokken.
5.2
Haar grieven 1 en 2 bevatten motiveringsklachten en gaan over het beslag Waalstede c.s.. Druvar c.s. heeft geen belang bij deze grieven. De voorzieningenrechter heeft immers het door Druvar c.s. gelegde beslag Waalstede c.s. in stand gelaten, terwijl het hof nu niet toekomt aan de beoordeling van deze beslissing (zie overweging 4.2). Overigens, omdat Druvar c.s. de beslissing van de voorzieningenrechter in het dictum niet wil aantasten maar kennelijk alleen kritiek wil uiten op de motivering ervan, had Druvar c.s. geen incidenteel hoger beroep hoeven in te stellen. Voor louter kritiek is onder meer plaats in de memorie van antwoord.
5.3
Het hof zal Druvar c.s. daarom niet-ontvankelijk verklaren in haar incidenteel hoger beroep.

6.Conclusie en proceskosten

6.1
Het hof zal het principaal hoger beroep van Waalstede c.s. verwerpen. Druvar c.s. zal niet-ontvankelijk worden verklaard in haar incidenteel hoger beroep.
6.2
Omtrent de proceskosten oordeelt het hof als volgt.
6.3
Druvar c.s. is de in het ongelijk gestelde partij in het incident (tot verstrekking van stukken) zoals beslist bij arrest in het incident van 13 december 2022, in welk arrest de beslissing over de proceskosten is aangehouden. Daarom zal Druvar c.s. worden veroordeeld in de kosten van het incident.
6.4
Druvar c.s. is daarnaast de in het ongelijk gestelde partij in het incidenteel hoger beroep, zodat zij de kosten daarvan moet dragen.
6.5
Formeel is Waalstede c.s. de in het ongelijk gestelde partij in het principaal hoger beroep, maar materieel heeft zij in een andere, inmiddels onherroepelijke zaak gelijk gekregen. Gelet op de samenhang en alles afwegend zal het hof de proceskosten in het principaal hoger beroep compenseren, omdat partijen over en weer deels als de in het ongelijk gestelde partij moeten worden beschouwd.

7.Beslissing

Het hof:
  • verwerpt het principaal hoger beroep van Waalstede c.s. en verklaart Druvar c.s. niet-ontvankelijk in haar incidenteel hoger beroep tegen het vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Rotterdam van 15 juni 2021;
  • veroordeelt Druvar c.s. in de kosten van het incident, tot zover aan de zijde van Waalstede c.s. begroot op € 1.183 aan salaris advocaat;
  • veroordeelt Druvar c.s. in de kosten van het incidenteel hoger beroep, tot zover aan de zijde van Waalstede c.s. begroot op € 591,50 aan salaris advocaat ;
  • bepaalt dat iedere partij de eigen kosten van de procedure in het principaal hoger beroep moet dragen.
Dit arrest is gewezen door mrs. M.A.F. Tan-de Sonnaville, A.D. Kiers-Becking en R.S. Le Poole en in het openbaar uitgesproken op 1 augustus 2023 in aanwezigheid van de griffier.