ECLI:NL:GHDHA:2023:1439
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling hoorplicht bij naheffingsaanslag parkeerbelasting gemeente Dordrecht
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag opgelegd voor parkeerbelasting te Dordrecht omdat op 27 augustus 2020 geen betaling was verricht. Na bezwaar werd het bezwaar ongegrond verklaard en de rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende eveneens ongegrond. Belanghebbende stelde in hoger beroep dat de hoorplicht was geschonden omdat hij niet was gehoord voordat de uitspraak op bezwaar werd gedaan.
De Heffingsambtenaar had belanghebbende op 24 september 2020 schriftelijk uitgenodigd voor een hoorgesprek met twee concrete data en tijdstippen, met het verzoek om voor 14 oktober 2020 een voorkeur door te geven. Vervolgens werden op 13 en 27 oktober 2020 voicemailberichten achtergelaten en op 3 november 2020 nogmaals een brief gestuurd om contact op te nemen. Belanghebbende reageerde niet.
De rechtbank oordeelde dat de Heffingsambtenaar voldoende pogingen had gedaan om belanghebbende te horen en dat het uitblijven van reactie betekende dat belanghebbende afstand deed van zijn recht om gehoord te worden. Het hof bevestigde dit oordeel en vond dat de hoorplicht niet was geschonden. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd omdat de hoorplicht niet is geschonden.