ECLI:NL:GHDHA:2023:1556

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
15 augustus 2023
Publicatiedatum
10 augustus 2023
Zaaknummer
200.319.844/01
Instantie
Gerechtshof Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 347 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bekrachtiging vonnis kantonrechter in civiele zaak tussen appellant en Finovion Franchise B.V.

In deze civiele procedure is appellant in hoger beroep gekomen tegen het vonnis van de kantonrechter Rotterdam van 30 september 2022. Na een mondelinge behandeling en een verzoek tot toelating tot de Second Opinion-procedure, is het hoger beroep inhoudelijk beoordeeld op basis van de stukken en stellingen uit eerste aanleg.

Het hof heeft de overwegingen van de kantonrechter overgenomen en geconcludeerd dat het hoger beroep niet slaagt. De grief van appellant dat de kantonrechter niet overeenkomstig de vorderingen in eerste aanleg heeft beslist, wordt verworpen.

Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en veroordeelt appellant in de proceskosten van het hoger beroep, bestaande uit griffierecht en salaris advocaat. Het arrest is op 15 augustus 2023 uitgesproken door het hof Den Haag.

Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en wijst het hoger beroep van appellant af met veroordeling in proceskosten.

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Civiel recht
Team Handel
Zaaknummer hof : 200.319.844/01
Zaaknummer rechtbank : 9720590 CV EXPL 22-6237
Arrest van 15 augustus 2023
in de zaak van
[appellant],
wonend in Rotterdam,
appellant,
advocaat: mr. R. Smith, kantoorhoudend in Rotterdam,
tegen
Finovion Franchise B.V.,
gevestigd in Rotterdam,
verweerster,
advocaat: mr. D.E.J. Maes, kantoorhoudend in Amsterdam.
Het hof zal partijen hierna noemen [appellant] en Finovion.

1.Procesverloop in hoger beroep

1.1
Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit de volgende stukken:
  • de dagvaarding van 25 november 2022, waarmee [appellant] in hoger beroep is gekomen van het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Rotterdam van 30 september 2022;
  • het arrest van dit hof van 10 januari 2023, waarin een mondelinge behandeling is gelast;
  • het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 28 maart 2023.
1.2
Partijen hebben na de mondelinge behandeling verzocht om toelating tot de Second Opinion-procedure (hierna: SO-procedure). Dat verzoek is toegestaan, waarna arrest is bepaald.

2.Beoordeling van het hoger beroep

2.1
Met de indiening van de H-16 formulieren d.d. 31 mei 2023 en 1 juni 2023, waarbij is verzocht om toelating tot de SO-procedure, hebben partijen ingestemd met het Second Opinion Reglement (hierna: SOR) en worden zij geacht een conclusie van eis en een conclusie van antwoord als bedoeld in artikel 347, lid 1 Rv te hebben genomen (zie ook de artikelen 3.3 en 3.4 SOR). De enige grief luidt dat de kantonrechter niet heeft beslist overeenkomstig hetgeen partijen in eerste aanleg in conventie en reconventie hebben gevorderd of geconcludeerd.
2.2
Partijen hebben ermee ingestemd dat het hof de zaak beoordeelt in de stand waarin deze zich bevond op het tijdstip waarop voor het laatst vonnis van de kantonrechter werd gevraagd (artikel 3.6 SOR) en dus aan de hand van uitsluitend de stukken in eerste aanleg en de daarin betrokken stellingen, met inachtneming van de grief.
2.3
Het hof - dat kennis heeft genomen van de stukken van de eerste aanleg - neemt de overwegingen van de kantonrechter over en maakt deze tot de zijne.
2.4
De conclusie is dat het hoger beroep niet slaagt. Daarom zal het hof het vonnis bekrachtigen. Het hof zal [appellant] veroordelen in de proceskosten van het hoger beroep.

3.Beslissing

Het hof:
  • bekrachtigt het vonnis (in conventie en in reconventie) van de kantonrechter in de rechtbank Rotterdam van 30 september 2022;
  • veroordeelt [appellant] in de kosten van het hoger beroep, aan de zijde van Finovion tot op heden begroot op € 2.135 aan griffierecht en € 1.183 aan salaris advocaat.
Dit arrest is gewezen door mrs. H.J.M. Burg, M.A.F. Tan-de Sonnaville en A.J. Swelheim en in het openbaar uitgesproken op 15 augustus 2023 in aanwezigheid van de griffier.