Uitspraak
Gerechtshof Den Haag
Arrest
[verdachte],
of omstreeks17 juli 2021 te ’s-Gravenhage aan [benadeelde partij 2] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten
kneuzing van het ruggenmerg en/ofeen hersenschudding en
/ofpostcommotionele klachten
,heeft toegebracht door die [benadeelde partij 2] met kracht een vuistslag tegen het hoofd te geven,
althans door die [benadeelde partij 2] onverhoeds met grote vaart in de rug en/of tegen het lichaam en/of met de schouder tegen het achterhoofd te lopen,waardoor deze [benadeelde partij 2] hard ten val is gekomen.
zware mishandeling.
Ik weet niet wat er gebeurdemaar het zag er niet koosjer uit. (…) Ik dacht weet je wat ik geef die lange man een duw zodat die Marokkaanse jongen wat speelruimte heeft,
ik wist niet precies wat er aan de hand was.” En bij de rechter-commissaris heeft de verdachte verklaard: “Toen ik al hardlopend de straat in rende, zag ik die jongen zielig kijken en toen
dacht ik dat er iets niet klopte. Toen besloot ik in een flits van een seconde om met mijn schouder tegen die man aan te klappen.” En op de terechtzitting in eerste aanleg heeft de verdachte onder meer het volgende gezegd: “
Zonder te weten wat er aan de hand was tussen hen, wilde ik de jongen met de scooter helpen. U deelt mee dat deze jongen [getuige] was en dat de andere persoon politieambtenaar in burger [benadeelde partij 2] was. Ik ben toen hard naar [benadeelde partij 2] toegerend, die met zijn rug naar mij toestond, en ben vol tegen hem aan geknald. (…) Ik deed dit om hen uit elkaar te halen.” (De cursiveringen zijn door het hof aangebracht.)
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
6 (zes) maanden.