Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
200.318.501/01van
200.318.505/01van
200.318.507/01van
200.318.759/01van
1.De zaak in het kort
2.Procesverloop in beroep
- de drie afzonderlijke beroepschriften van 31 oktober 2022 waarmee [appellant] in beroep is gekomen van de drie beslissingen van de raad van toezicht van de Orde van octrooigemachtigden (hierna: de raad van toezicht en de Orde) van 5 oktober 2022 met betrekking tot zijn tuchtklachten tegen ieder van de octrooigemachtigden;
- het verweerschrift, tevens houdend incidenteel beroep en verzoek tot voeging, van de octrooigemachtigden;
- het verweerschrift in incidenteel beroep van [appellant].
- het beroepschrift van 3 november 2022 waarmee [verweerder 1] in beroep is gekomen van de beslissing van de raad van toezicht van 5 oktober 2022 met betrekking tot de klacht van [appellant] tegen hem;
- de gronden van beroep, tevens houdend verzoek tot voeging, van [verweerder 1], met bijlagen;
- het verweerschrift van [appellant].
3.De vaststaande feiten
a door assembly”) als zodanig.
4.De procedures voor de raad van toezicht
- Gedragsregel 1c (onafhankelijk, betrouwbaar en deskundig adviseurschap): [verweerder 1] heeft in de periode 16 januari 2015 tot en met 22 december 2015 niet aangegeven dat het voor de bescherming van alleen het deursamenstel noodzakelijk was om de octrooiaanvraag aan te passen, heeft die mogelijkheid en noodzaak weloverwogen verdoezeld en heeft niet adequaat gereageerd op vragen over de mogelijkheid om alleen het deursamenstel te beschermen.
- Gedragsregel 1d (beroepsuitoefening naar eer en geweten): [verweerder 1] heeft zich bepaalde uitspraken uit het gesprek van 8 januari 2015 niet meer herinnerd of heeft na dat gesprek zijn oorspronkelijke verhaal aangepast.
- Gedragsregel le (onthouding van valse of misleidende verklaringen): [verweerder 1] heeft in een brief van zijn raadsman van 2 augustus 2016 een incorrecte samenvatting gegeven van bepaalde feiten, met name over een vermeende verschuiving van de focus van de uitvinding van de bruisinstallatie naar het deursamenstel.
- Gedragsregel 1f (geen afbreuk doen aan het vertrouwen in het beroep van octrooigemachtigde): [verweerder 1] heeft een herinnering van [appellant] aan opmerkingen uit het gesprek van 8 januari 2015 als een beschuldiging opgevat, heeft de audio-opnamen van [appellant] door zijn raadsman als “heimelijke opnamen” laten bestempelen en heeft heimelijk nagelaten [appellant] op de hoogte te brengen van de noodzaak het octrooi aan te passen.
- Gedragsregel 4c (zorg en aandacht besteden aan het toevertrouwde werk en uitvoering van dat werk met de vereiste deskundigheid): [2]
-
Gedragsregel 1b (eigen verantwoordelijkheid);
-
Gedragsregel 1c (onafhankelijk, betrouwbaar en deskundig adviseurschap);
-
Gedragsregel 1d (beroepsuitoefening naar eer en geweten);
-
Gedragsregel 1f (geen afbreuk doen aan het vertrouwen in het beroep van octrooigemachtigde); en
-
Gedragsregel 3a (hooghouden van de reputatie van de Orde, haar leden en het beroep).
Aan al deze onderdelen heeft [appellant] in wezen ten grondslag gelegd dat [verweerder 3] en [verweerder 3] na de indringende klachten van [appellant] over hun beider kantoorgenoot [verweerder 1] hebben nagelaten om het door [appellant] gestelde falen van [verweerder 1] te corrigeren.
5.Vorderingen in beroep
-
primairde klacht ten aanzien van hem niet-ontvankelijk te verklaren;
-
subsidiairdie klacht integraal af te wijzen; dan wel
-
meer subsidiair, in geval van vaststelling van een schending, geen maatregel op te leggen.
6.Beoordeling in beroep
Algemeen
Nederlandse octrooiaanvraagvoor verlening aan te passen. De octrooigemachtigden bestrijden dit. Volgens de octrooigemachtigden was een dergelijke aanpassing in de op 8 januari 2015 gegeven omstandigheden, toen [appellant] al belangstelling had geuit voor een Europese dan wel PCT-vervolgaanvraag, niet de aangewezen weg om alsnog bescherming te zoeken voor het deursamenstel als zodanig. Die weg was volgens de octrooigemachtigden veeleer het in stand houden van de Nederlandse aanvraag in haar destijds bestaande vorm, het indienen van de reeds beoogde PCT-vervolgaanvraag en het daarna - voor zover daarvoor voldoende basis was - aanpassen van die vervolgaanvraag om alsnog bescherming te vragen voor het deursamenstel als zodanig, waarna Nederland zou kunnen worden aangewezen als land waarin ook voor dat samenstel mede om Europese bescherming werd verzocht. Een wijziging van de Nederlandse octrooiaanvraag voorafgaand aan verlening zou deze strategie volgens hen in gevaar hebben gebracht omdat het Octrooicentrum Nederland al op 20 november 2014 zijn nieuwheidsrapport had afgerond en het aanpassen van de conclusies het risico met zich zou hebben gebracht van het vragen van bescherming voor nieuwe materie. Daarnaast bood deze strategie het voordeel dat kosten konden worden uitgesteld, hetgeen voor [appellant] belangrijk was omdat hij destijds nog steeds op zoek was naar sponsoren en maar net op tijd de kosten van de PCT-vervolgaanvraag heeft kunnen betalen, zo betogen nog steeds de octrooigemachtigden.
PCT-vervolgaanvraagaan te passen. Als die aanvraag zou zijn aangepast
voorafgaandaan indiening, zou dat volgens hen namelijk de in de vorige alinea geschetste strategie in gevaar hebben gebracht doordat een discussie zou kunnen zijn ontstaan over de datum van de Nederlandse aanvraag als prioriteitsdatum terwijl [appellant] zijn uitvinding na die datum openbaar had gemaakt.
subonderdelen (i), (vii) en (ix)komt daar bij dat [verweerder 1] [appellant] op 1 en 8 februari 2016 voorstellen heeft gedaan voor een financiële regeling waarin hij de kosten voor aanpassing van de conclusies in de PCT-vervolgaanvragen voor eigen rekening zou nemen. Voor wat betreft de
subonderdelen (iii) en (iv)geldt dat deze niet anders kunnen worden begrepen dan als verwijzingen naar de gestelde beroepsfout. Subonderdeel (iii) [3] luidt namelijk: “
Doordat [verweerder 1] willens en wetens vanaf het moment dat hij de beroepsfout ontdekt had, niets heeft gedaan om de fout te herstellen – terwijl dat op dat moment wel had gekund(…)”. Subonderdeel (iv) bouwt daarop voort.
7.Beslissing
- bekrachtigt die beslissing voor het overige;
- bekrachtigt de beslissing van de raad van toezicht van 5 oktober 2022 op de klacht van [appellant] tegen [verweerder 3];
- bekrachtigt de beslissing van de raad van toezicht van 5 oktober 2022 op de klacht van [appellant] tegen [verweerder 3].