Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.Idols Rijswijk B.V.,
[verweerder 2],
wonend in [woonplaats],
verweerders,
1.De zaak in het kort
2.Procesverloop in hoger beroep
- de dagvaarding met grieven en bijlagen van 29 juli 2022 waarmee [appellante] in hoger beroep is gekomen van het tussen partijen gewezen vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Den Haag van 9 juni 2022;
- het arrest van dit hof van 6 september 2022, waarin een mondelinge behandeling is gelast (deze is niet gehouden);
- de memorie van antwoord van Idols..
3.Feitelijke achtergrond
voor het toesturen van de stukken. Mocht u voor uw andere zaken ook alvast vernemen wat mogelijk is kunt u mij gerust alles mailen en dan kijken we daar ook naar.”
bedrijfsruimte aan de[adres 1]”.
Ik zou de brief graag vandaag versturen. Iedere dag dat u teveel huur betaalt is er een teveel!Mag ik vernemen?”
Akkoord”.
Bent u daarmee akkoord?Ik hoor graag,In het andere dossier heb ik nog niets gehoord. Ik stuur vrijdag een herinnering!"
Ik ben akkoord met de voorstellen”.
gesprek verhuurder: voorstel verhuurder”:
4.Procedure bij de rechtbank
5.Vordering in hoger beroep
6.Beoordeling in hoger beroep
Er is een overeenkomst van opdracht tot stand gekomen (Grief 1)
-vergoeding is niet toewijsbaar
no cure no pay-vergoedingsregeling, die inhoudt dat haar opdrachtgever 20% moet betalen van de door haar bereikte huurprijsvermindering, berekend over vijf jaar. Idols betwist dat die regeling tussen partijen is overeengekomen. Zij betoogt dat zij nog steeds niet weet wat die regeling precies inhoudt.
no cure no pay-regeling naar punt 10 van het stappenplan op haar website. Uit de meest voor de hand liggende taalkundige betekenis van dit punt en de daaraan voorafgaande punten 8 en 9 blijkt niet dat [appellante] daarmee heeft beoogd af te wijken van deze wettelijke regeling. Stap 8 voorziet er namelijk in dat [appellante] de “afspraken” met de verhuurder “vastlegt”, gevolgd door stap 9 waarin de huur “officieel” is verlaagd, en stap 10 waarin [appellante] “pas” een factuur stuurt, gebaseerd op haar “unieke no cure no pay regeling”, met een vergoeding die wordt berekend als een factor van de “gerealiseerde huurbesparing”. Het begrip
no cure no payzegt het al. [appellante] heeft ook geen specifieke feiten of omstandigheden gesteld die zouden maken dat van deze meest voor de hand liggende taalkundige betekenis zou moeten worden afgeweken, in die zin dat de volle vergoeding ook verschuldigd wordt zonder dat de inspanningen van [appellante] hebben geleid tot een tussen haar opdrachtgever en de betrokken verhuurder overeengekomen huurprijsverlaging.
no cure no payis overeengekomen. [1] Uit de context van dat betoog lijkt te volgen dat Idols daarmee niet doelde op de regeling van artikel 7:411
lid 1BW (redelijk loondeel), maar op de hiervoor onder 6.9 beschreven regeling van
lid 2(toch het volle loon). Voor zover Idols met dat betoog toch ook doelde op de regeling van
lid 1van die bepaling, heeft zij niet voldoende toegelicht waarom [appellante] met haar
no cure no pay-regeling zou hebben beoogd afstand te doen van die wettelijke regeling, en gaat het hof daar om die reden aan voorbij.