ECLI:NL:GHDHA:2023:186
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- W.M. Limborgh
- A. de Lange
- O.M. Harms
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs verkrachting en ontuchtige handelingen in hoger beroep
In hoger beroep heeft het gerechtshof Den Haag het vonnis van de rechtbank Rotterdam vernietigd en verdachte vrijgesproken van de tenlastegelegde verkrachting en ontuchtige handelingen. De zaak betreft een incident in december 2015 in Frankrijk waarbij verdachte werd beschuldigd van het met geweld dwingen van aangeefster tot seksuele handelingen.
De verdachte erkende seksuele handelingen met aangeefster, maar ontkende dwang of geweld. Het hof heeft het strafdossier en het onderzoek ter terechtzitting zorgvuldig bestudeerd en concludeert dat niet met voldoende zekerheid kan worden vastgesteld wat er precies is voorgevallen. Zowel het scenario van aangeefster als dat van verdachte vindt steun in het dossier.
Gezien het ontbreken van overtuigend bewijs en de twijfel over de feiten, oordeelt het hof dat niet kan worden vastgesteld dat de verdachte de tenlastegelegde feiten heeft gepleegd. De verweren van de verdediging worden daarom niet inhoudelijk behandeld wegens gebrek aan belang. Het hof spreekt verdachte vrij en vernietigt het eerdere vonnis.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende overtuigend bewijs van verkrachting en ontuchtige handelingen.