ECLI:NL:GHDHA:2023:1888
Gerechtshof Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep echtscheiding en partneralimentatie met beoordeling draagkracht woonlasten
Het gerechtshof Den Haag behandelde het hoger beroep in een echtscheidingszaak tussen partijen gehuwd sinds 1999 met minderjarige kinderen. De rechtbank had de echtscheiding uitgesproken en partner- en kinderalimentatie vastgesteld. De vrouw verzocht vernietiging van de echtscheiding en partneralimentatie, terwijl de man incidenteel hoger beroep instelde tegen de partneralimentatie.
Het hof bevestigde de echtscheiding, omdat het huwelijk duurzaam ontwricht is en geen uitzicht op herstel bestaat. Het ontbreken van een ondertekend ouderschapsplan stond niet aan de echtscheiding in de weg. De man trok zijn grieven tegen de kinderalimentatie in, waardoor die ongewijzigd bleef.
Betreffende partneralimentatie paste het hof de nieuwe forfaitaire berekeningswijze toe. Met een bruto jaarinkomen van €35.223 en een netto besteedbaar inkomen van €2.458 per maand, werd een woonbudget van 30% van het NBI gehanteerd. De man had een woonlast van circa €602 per maand, lager dan het woonbudget van €737, maar dit verschil was niet aanmerkelijk genoeg om het woonbudget aan te passen. De draagkracht van de man kwam uit op circa €328 per maand, wat onvoldoende was voor partneralimentatie na verrekening van kinderalimentatie. Daarom vernietigde het hof het deel van de beschikking over partneralimentatie en wees het verzoek af.
De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard, behalve het bekrachtigen van de echtscheiding.
Uitkomst: Echtscheiding bekrachtigd, partneralimentatie afgewezen wegens onvoldoende draagkracht.