ECLI:NL:GHDHA:2023:1945
Gerechtshof Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ouderlijk gezag en aanhouding beslissing omgangsregeling in belang minderjarige
De vader is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank Den Haag die zijn ouderlijk gezag over zijn dochter, de minderjarige, beëindigde en de gecertificeerde instelling belastte met de voogdij. De minderjarige verblijft sinds 2020 in een pleeggezin vanwege ernstige bedreigingen in haar ontwikkeling en ondertoezichtstelling.
Het hof bevestigt dat het ouderlijk gezag van de vader terecht is beëindigd, omdat de minderjarige ernstig in haar ontwikkeling wordt bedreigd en de vader niet binnen een aanvaardbare termijn in staat is gebleken de zorg op zich te nemen. Het perspectief van de minderjarige ligt bij de pleegouders, en verdere onduidelijkheid zou schadelijk zijn.
De vader accepteert inmiddels dat de minderjarige bij de pleegouders zal opgroeien, maar wenst op afstand betrokken te blijven. Het hof oordeelt echter dat het niet in het belang van de minderjarige is dat de vader het gezag behoudt zonder duurzame acceptatie en goede samenwerking met pleegouders en hulpverlening.
De beslissing over de omgangsregeling en informatie- en consultatieregeling wordt aangehouden tot uiterlijk 30 maart 2024, om de samenwerking tussen de vader en de gecertificeerde instelling te verbeteren en het contactherstel te bevorderen. Het hof verlangt een stand van zaken en zal daarna eventueel een nieuwe zitting plannen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beëindiging van het ouderlijk gezag van de vader en houdt de beslissing over omgang en informatie- en consultatieregeling aan tot maart 2024.