ECLI:NL:GHDHA:2023:1965
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- W.J. van Boven
- A.L. Frenkel
- T.J. Sleeswijk Visser
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak accountant wegens onvoldoende bewijs van valsheid in controleverklaringen
In deze strafzaak stond de verdachte, een accountant, terecht voor het opmaken van valse controleverklaringen over de jaren 2012 tot en met 2016. De rechtbank Rotterdam had hem veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk. Tegen dit vonnis stelde de verdachte hoger beroep in bij het gerechtshof Den Haag.
De tenlastelegging betrof het valselijk opmaken van meerdere controleverklaringen van een onafhankelijke accountant inzake een stichting, met het oogmerk deze als echt te gebruiken. Het hof heeft het bewijs opnieuw gewogen, waarbij met name het verhoor van een getuige bij de raadsheer-commissaris een belangrijke rol speelde.
Het hof oordeelde dat onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is geleverd dat de verdachte wist van de grootschalige onttrekking van geld door een medeverdachte. Hierdoor kon niet worden vastgesteld dat de verdachte de controleverklaringen valselijk heeft opgemaakt. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en sprak de verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten.
Uitkomst: De verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van het opmaken van valse controleverklaringen.