Op 29 november 2016 werd in een verborgen ruimte achter een bedrijfspand een hennepkwekerij aangetroffen die ongemeten elektriciteit afnam via een illegale aansluiting. Stedin Netbeheer B.V. stelde appellant, huurder van het pand, aansprakelijk voor de hierdoor ontstane schade.
De rechtbank had appellant veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van €33.381,34 en proceskosten. Appellant ging in hoger beroep en voerde onder meer aan dat hij niet betrokken was bij de diefstal en dat de schade onjuist was vastgesteld.
Het hof oordeelde dat Stedin voldoende had bewezen dat elektriciteit buiten de meter om was afgenomen en dat appellant, gelet op zijn strafrechtelijke veroordeling voor betrokkenheid bij de hennepkwekerij, aansprakelijk was op grond van onrechtmatige daad. De grief dat appellant niet huurder was van het panddeel met de kwekerij werd verworpen als niet doorslaggevend.
De schadeberekening werd grotendeels bevestigd, hoewel de vordering voor kosten onrechtmatig handelen werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De vordering voor kosten van het verwijderen van de elektra-aansluiting werd alsnog toegewezen. Appellant werd veroordeeld tot betaling van €33.941,34 plus wettelijke rente en in de proceskosten van de rechtbank en het principaal hoger beroep.