ECLI:NL:GHDHA:2023:2040
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- T.A. de Hek
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- I. Reijngoud
- Rechtspraak.nl
Bevestiging waardebepaling winkelpand en niet-ontvankelijkheid incidenteel hoger beroep
De Heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde van een winkelpand te Noordwijk vast op €1.727.000 voor het jaar 2021, waarna belanghebbende bezwaar maakte. De Rechtbank Den Haag verklaarde het bezwaar gegrond, stelde de waarde bij op €1.590.000 en veroordeelde de Heffingsambtenaar in proceskosten. De Heffingsambtenaar ging in hoger beroep tegen deze uitspraak, terwijl belanghebbende incidenteel hoger beroep instelde.
Het Hof oordeelde dat het incidenteel hoger beroep niet-ontvankelijk was omdat het te laat was ingediend, ondanks dat belanghebbende stelde dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was. De Heffingsambtenaar slaagde er niet in de toegepaste kapitalisatiefactor van 9,6 voldoende inzichtelijk te maken, waardoor niet kon worden vastgesteld of de waarde te hoog was vastgesteld.
Daarom bevestigde het Hof de uitspraak van de Rechtbank en stelde het de waarde van het pand vast op €1.590.000. De Heffingsambtenaar werd veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende in hoger beroep, terwijl het griffierecht werd geheven. Het arrest werd op 26 september 2023 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de WOZ-waarde op €1.590.000 en verklaart het incidenteel hoger beroep niet-ontvankelijk.