Op 5 juni 2018 trof de politie in de voormalige huurwoning van de verdachte een hennepkwekerij aan met 261 hennepplanten in twee onderverhuurde slaapkamers. De ex-partner van de verdachte bekende de kwekerij te hebben opgezet. De verdachte verklaarde niet op de hoogte te zijn van de kwekerij, mede doordat het achterste deel van de woning was onderverhuurd aan een onbekende man en zij zelf vanwege relatieproblemen en zwangerschap vaak afwezig was.
De rechtbank had de verdachte veroordeeld voor het aanwezig hebben van hennep, maar het hof vernietigde dit vonnis in hoger beroep. Het hof oordeelde dat voor bewezenverklaring vereist is dat de verdachte wist van de aanwezigheid van de hennep en dat deze zich binnen haar machtssfeer bevond. Gezien het onderverhuren, de afscherming van de ruimtes en het ontbreken van bewijs dat de verdachte betrokken was bij het opzetten of in stand houden van de kwekerij, was dit niet het geval.
Het enkele feit dat de hennepplanten aanwezig waren in de woning en dat de verdachte mogelijk wetenschap had, was onvoldoende. Daarom sprak het hof de verdachte vrij van het ten laste gelegde. Het arrest werd uitgesproken op 10 februari 2023 door het Gerechtshof Den Haag.