Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.De zaak in het kort
2.Procesverloop in hoger beroep
- de dagvaarding van 7 februari 2022, waarmee [appellant] in hoger beroep is gekomen van het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Den Haag van 8 december 2021;
- het arrest van dit hof van 19 april 2022, waarin een mondelinge behandeling is gelast;
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 21 juni 2022;
- de memorie van grieven van [appellant] , met bijlagen;
- de memorie van antwoord in appel, tevens memorie van grieven in incidenteel appel, van Voorst, met bijlagen;
- de memorie van antwoord in incidenteel appel van [appellant] .
3.Feitelijke achtergrond
4.Procedure bij de rechtbank
5.Vorderingen in hoger beroep
6.Beoordeling in hoger beroep
Huurprijsvermindering
7.Beslissing
- vernietigt het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Den Haag van 8 december 2021 voor zover gewezen in conventie, maar uitsluitend voor wat betreft de veroordeling tot betaling van rente over de huurachterstand (r.o. 6.3 onder a in het vonnis) en, in zoverre opnieuw rechtdoende,
- wijst de vordering tot betaling van rente over de huurachterstand af,
- bekrachtigt het vonnis voor het overige,
- veroordeelt [appellant] om aan Voorst te betalen een bedrag van € 7.511,91,
- veroordeelt [appellant] in de kosten van het principaal en incidenteel hoger beroep, aan de kant van Voorst tot op heden begroot op € 783,- aan griffierecht, € 2.957,50 aan salaris voor de advocaat (2 punten x tarief II + 1 punt x 0,5 x tarief II), € 173,- aan nasalaris, vermeerderd, als het arrest na het uitblijven van betaling wordt betekend, met € 90,- en de kosten van betekening,
- wijst het meer of anders gevorderde af.