ECLI:NL:GHDHA:2023:2228
Gerechtshof Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen wijziging grond bewindvoering wegens geestelijke of lichamelijke toestand
De zaak betreft een hoger beroep van een rechthebbende tegen een beschikking van de kantonrechter die de grondslag van haar bewindvoering wijzigde van problematische schulden naar een geestelijke of lichamelijke toestand. De bewindvoerder had verzocht om deze wijziging, maar de rechthebbende betwistte dit en stelde dat zij niet in staat was gehoord te worden in eerste aanleg en dat er geen medische stukken waren overgelegd.
Tijdens de procedure in hoger beroep werden diverse stukken ingediend en vond een mondelinge behandeling plaats. Het hof overwoog dat de kantonrechter niet had geconcretiseerd op welke stukken de wijziging was gebaseerd en dat er geen medische rapporten waren die een geestelijke of lichamelijke toestand aannemelijk maakten. Het rapport uit 2014, dat een licht verstandelijke beperking vermeldde, was niet in eerste aanleg ingebracht en kon daarom niet worden meegewogen.
Het hof concludeerde dat de grondslag van het bewind ten onrechte was gewijzigd en dat de bewindvoering niet op de nieuwe grond kon worden voortgezet. De onrust in het leven van de rechthebbende en haar begeleiding waren onvoldoende om tot een ander oordeel te komen. Daarom vernietigde het hof de bestreden beschikking en wees het verzoek tot wijziging af.
Uitkomst: Het hof vernietigt de wijziging van de grondslag van het bewind en wijst het verzoek tot wijziging af.