ECLI:NL:GHDHA:2023:2233
Gerechtshof Den Haag
- Beschikking
- A. Zonneveld
- A.R.J. Mulder
- A.S. Mertens – Jong
- Rechtspraak.nl
Verlenging ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing minderjarigen bevestigd
De zaak betreft het hoger beroep van de moeder tegen de verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van haar minderjarige kinderen. De rechtbank Rotterdam had deze maatregelen verlengd tot juni 2024. De moeder betwistte dit en verzocht om bekorting van de duur en afwijzing van de machtiging. Tevens verzocht zij subsidiair om een nader onderzoek.
Het hof overweegt dat het opgroeiperspectief van de minderjarigen niet meer bij de moeder ligt vanwege haar persoonlijke problematiek, beperkte draagkracht en het ontbreken van een stabiele thuissituatie. Ondanks dat de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing in principe niet de geëigende maatregelen zijn bij een dergelijk perspectief, acht de gecertificeerde instelling een gezagsbeëindigende maatregel nog niet aan de orde. De verlenging is nodig om het verblijf in het gezinshuis te waarborgen.
Het hof oordeelt dat de verlenging niet in strijd is met het EVRM en IVRK, omdat de maatregel noodzakelijk en proportioneel is. Het verzoek van de moeder tot een contra-expertise wordt afgewezen omdat dit het belang van de minderjarigen schaadt door onrust en onzekerheid te veroorzaken. Het hof bekrachtigt de bestreden beschikking en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing en wijst het verzoek tot nader onderzoek af.