ECLI:NL:GHDHA:2023:2565
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Veroordeling vrouw tot medewerking levering voormalige echtelijke woning aan man
In deze zaak vordert de man in hoger beroep dat de vrouw wordt veroordeeld tot volledige en onvoorwaardelijke medewerking aan de overname van de voormalige echtelijke woning tegen een overeengekomen prijs van € 940.000,-. De voorzieningenrechter had deze vordering eerder afgewezen.
Het hof oordeelt dat de man een spoedeisend belang heeft bij zijn vordering, mede vanwege de langdurige en complexe echtscheiding en het belang van beide partijen bij beëindiging van de rechtsstrijd. De woningtoedeling was reeds in 2020 overeengekomen, inclusief de overname van de hypothecaire lening door de man en het ontslag van de vrouw uit haar hoofdelijke aansprakelijkheid.
De vrouw betwist dat er overeenstemming is over de verdeling en stelt dat de man de financiering niet kan bekostigen. Het hof stelt echter vast dat de vrouw gebonden is aan de overeenkomst en dat de man niet toerekenbaar tekort is geschoten. Daarom kan nakoming worden gevorderd, en moet de vrouw meewerken aan de notariële levering.
Om de afwikkeling te bespoedigen, legt het hof een dwangsom van € 1.000,- per dag op bij niet-nakoming, met een maximum van € 100.000,-. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij zijn eigen kosten draagt. Het arrest is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De vrouw wordt veroordeeld tot medewerking aan de levering van de woning aan de man binnen 14 dagen onder verbeurte van een dwangsom.